Als de rente stijgt

Als de rente stijgt

Doorgaans zijn obligaties minder risicovolle beleggingen dan aandelen. Dit komt omdat iemand die een obligatie bezit normaal gesproken zijn inleg a pari (koers is gelijk aan 100 procent van de nominale waarde) op de einddatum krijgt uitgekeerd. Door de toegenomen beweeglijkheid van de rente en de invloed hiervan op het rendement van obligaties is het belangrijk om te weten wat de rentegevoeligheid is. Dit is de mate waarin de koers van een obligatie gevoelig is voor veranderingen van het effectieve rendement.

De couponrente die je op een bepaalde obligatie krijgt staat vast, echter voor de marktrente geldt dit niet. Als het effectieve rendement stijgt, dan zal de prijs van een obligatie dalen en vice versa. In het volgende voorbeeld zal ik dit uitleggen.

 

Rekenvoorbeeld rentegevoeligheid

Een obligatie met een nominale waarde van € 1000 en een looptijd van 5 jaar met een coupon van 3%. Deze obligatie genereert bij een effectief rendement van 3 procent de volgende kasstromen:

ohv1

Als het effectieve rendement stijgt naar 6 procent is de contante waarde van deze kasstromen:
ohv2
De koers van de obligatie daalt naar 87,4 procent door de stijging van het effectieve rendement van 3 naar 6 procent.

Bij een kortlopende obligatie van bijvoorbeeld 2 jaar zal dit effect minder sterk zijn. De contante waarde van de kasstromen is dan als volgt.
ohv3

De koers daalt ook (-5,5 procent), maar minder sterk dan de obligatie met een looptijd van 5 jaar (-12,6 procent). Hieruit kunnen we concluderen dat de tweejaars obligatie een lagere rentegevoeligheid (duratie) heeft dan de vijfjaars. Dit effect kan men grotendeels vangen in de volgende formule: procentuele verandering obligatiekoers = – duratie * verandering effectief rendement. Dit wil ik toelichten in onderstaand voorbeeld.


Formule

Een obligatie heeft een koers van 96% en een duratie van 3. Het effectieve rendement stijgt bijvoorbeeld met 0,25%. De procentuele koersverandering van de obligatie is dan: -3 * 0,25% = -0,75%. De koersdaling is 96% * 0,0075 = 0,72%. De nieuwe koers wordt dan: 96% – 0,72% = 95,28%.


Wat kan ik nu met deze informatie?

Door het opkoopprogramma van de Europese Centrale Bank (ECB) probeert men de inflatie aan te jagen. Deze kwantitatieve verruiming is onlangs verhoogd van 60 naar 80 miljard euro per maand. Dit zal uiteindelijk op termijn leiden tot hogere rentes in de Eurozone. En hogere rentes zorgen ervoor dat de koersen van obligaties dalen. Een logische stap, naar mijn idee, is om nu te streven naar een lage rentegevoeligheid in een beleggingsportefeuille. Beleggers met een hoge duratie in een obligatieporterfeuille zullen hard geraakt worden als de rente omhoog gaat.

Onderstaande chart is de vijfjaars inflatieverwachting, welke over 5 jaar door de markt wordt verwacht. Deze ratio wordt onder andere gebruikt door de ECB om naar de toekomstige inflatieverwachtingen te kijken.

ohv4

De ratio ligt rond de 1,5 procent, waar de huidige inflatie in de Eurozone dit jaar gemiddeld rond de 0,1 procent uitkomt. Met andere woorden de kans dat de rente in de toekomst omhoog gaat, is bijna zeker.

Het duratiebeleid van een vermogensbeheerder of beleggingsadviseur heeft dus invloed op het risicoprofiel van beleggingen in vastrentende waarden. Bij een hogere duratie zijn de beleggingen risicovoller. Dit gaat samen met een over het algemeen hoger rendement op obligatiebeleggingen met een langere looptijd. Ook hier gaan rendement en risico dus hand in hand. Wie als obligatiebelegger rustig wil slapen, doet er denk ik goed aan om nu alvast de gemiddelde looptijd van zijn of haar obligatieportefeuille terug te brengen.

Michael Mooijer is portfolio manager bij OHV Vermogensbeheer en specialist in exchange traded funds (trackers). Hij is werkzaam in de financiële sector sinds 1991.

2017-01-16T14:02:35+00:00 mei 18th, 2016|Columns, Michael Mooijer|