Econometrisch model voorspelt koersexplosie Europese aandelenmarkten

Econometrisch model voorspelt koersexplosie Europese aandelenmarkten

In een wetenschappelijk artikel van de heer Biniv Maskay (Ph.D.) en Dr. Margaret Chapman wordt het verband onderzocht tussen de geldhoeveelheid in een economie en de hoogte van aandelenmarkten in deze economie. Er zijn verschillende stromingen in de economie die hier tegenstrijdige conclusies aan verbinden. Keynesiaanse economen beweren dat een toename van de geldhoeveelheid juist negatief werkt op de koersen van aandelen terwijl reële economen het tegenovergestelde beweren. Ook maakt men onderscheid tussen verwachte en onverwachte toe- of afnames van de geldhoeveelheid en het gevolg hiervan voor aandelenmarkten.

Als macro-econoom zit ik in het kamp van de reële economen. Ik denk dat een ruimere geldhoeveelheid op den duur zorgt voor hogere aandelenmarkten doordat er meer geld in het systeem aanwezig is en dit ervoor zorgt dat de prijzen van diverse beleggingscategorieën omhoog gaan. Geld wordt immers relatief minder waard doordat er meer van in het systeem aanwezig is. In het eerder genoemde artikel dat in 2006 is gepubliceerd, wordt dit fenomeen onderzocht voor de Amerikaanse markt. De conclusie was destijds dat een ruimere geldhoeveelheid een positief effect heeft op de Amerikaanse S&P 500. Per saldo kwam het erop neer dat voor iedere 50 miljard dollar geldgroei een stijging van de S&P500 van 1,6 procent verwacht kon worden.

Met het oog op de actualiteit in Europa, waarbij de ECB redelijk agressief de geldhoeveelheid aan het verruimen is, is het naar mijn mening de hoogste tijd om de relatie tussen de geldhoeveelheid en de aandelenkoersen in Europa te toetsen en het eerder genoemde onderzoek na te bootsen voor de Europese markt. Hierbij toets ik tevens in hoeverre de toename van de S&P 500 statistisch verklaard kan worden uit de toename van de geldhoeveelheid in Amerika, mede ingegeven door QE1, QE2 en QE3 (onder leiding van Bernanke) voor de periode 2006 tot heden, immers sinds de publicatie van het genoemde artikel in 2006 zijn de geldpersen in de VS behoorlijk aangezet.

De door ons uitgevoerde regressie voor de VS tot op heden toonde nog altijd een sterke relatie tussen de ruime geldhoeveelheid en de beweging van de aandelenmarkten hierop. Sinds de publicatie van het artikel in 2006 groeide de totale geldhoeveelheid in de VS met meer dan 80 procent. De Amerikaanse S&P500 is daarbij met 60 procent gestegen sindsdien. Modelmatig is de richting van de groei tussen de geldhoeveelheid en de S&P 500 wel gelijk geweest maar had de stijging van de S&P500 veel groter moeten zijn. De toegevoegde waarde gemeten in procenten stijging van de S&P 500 van steeds meer geld aan het systeem toe te voegen lijkt dan ook minder te worden dan in het verleden naarmate de geldhoeveelheid sneller toeneemt. Er is steeds meer geld nodig om een beweging te veroorzaken op de markten. Dat is ook de conclusie als we nu de regressie opnieuw voeren. Er is inmiddels, bij de huidige stand van de geldhoeveelheid ruim 50 miljard dollar nodig om 0,75 procent beweging te veroorzaken in dezelfde S&P500. De invloed is daarbij statistisch significant met een hoge betrouwbaarheid van het gehanteerde model.

Figuur: Stoxx Europe 600 door monetaire verruiming naar nieuwe highs in 2017

Bron: Bloomberg

Om de invloed van de groeiende geldhoeveelheid in Europa te toetsen pas ik hetzelfde econometrische model voor Europa toe. De ECB is pas vorig jaar gestart met monetair verruimen en zal nog 800 miljard euro gaan uitbreiden qua geldhoeveelheid tot in 2017. Ook hier zien we een statistisch significante uitkomst uit met een hoge mate van betrouwbaarheid. Voor iedere 50 miljard Euro ruimere geldhoeveelheid is een stijging te verwachten van ruim 2 procent van de Europese aandelenmarkten.

En aangezien er nog 800 miljard euro aan extra geld bij komt gedurende de komende 10 maanden verwacht het model een koersstijging van de aandelenmarkten van ruim 30 procent. Dat noem ik nog eens een mooi stukje voorkennis. De ECB heeft zich immers al gecommitteerd aan dit programma. Aandelenmarkt technisch zou dit betekenen dat we, zoals u in het plaatje kunt zien, naar nieuwe hoogtepunten gaan met de Europese Stoxx 600 waar de regressie op is uitgevoerd.

Uiteraard houdt het model geen rekening met exogene factoren, zoals oorlogen, groeivertraging in overige regio’s (zoals China) et cetera, welke altijd als voorbehoud zal gelden. Maar afgezien van deze exogene factoren welke helaas niet te beïnvloeden zijn, zou de toename van de geldhoeveelheid volgens het door ons toegepaste en wetenschappelijk bewezen econometrische model tot een aanzienlijke koersexplosie kunnen leiden.

Mocht u het zelf nog eens willen narekenen of wenst u het uitgebreide eerder beschreven artikel te willen lezen mailt u mij dan even. U kunt mij bereiken op info@ohv.nl

 

VOETNOOT:

Regressies zijn gevalideerd door de econometristen van Triple A – Risk Finance

2017-01-16T14:02:34+00:00 mei 30th, 2016|Columns, Richard Abma|