Japan in de schijnwerpers

Japan in de schijnwerpers

Het is weer de tijd van de lijstjes. Veel banken komen met beleggingstips voor 2016. Wat mij opvalt is dat men positief is voor Japan het komende jaar, ondanks de impact van minder Chinese groei. Een kamikazebelegging of toch niet? Beleggingsadviseur Mooijer van OHV neemt een aantal Japanse trackers onder de loep.

Gaan de hervormingen van Japanse premier Shinzo Abe eindelijk hun vruchten afwerpen? Ik denk van wel. Een recent voorbeeld is het onlangs getekende Trans-Pacific Partnership (TPP). Het handelsverdrag belooft importtarieven op te heffen, iets dat voorheen onmogelijk leek en de handel ten goede moet komen. Een ander voorbeeld is de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt. Nu de economie aantrekt, worden parttime contracten omgezet in full-time aanstellingen. De grootste hervormingen zijn naar mijn mening die in het bestuursmodel van ondernemingen.

Op aandeelhoudersvergaderingen kan tegen bestuurders gestemd worden die onvoldoende rendement op het eigen vermogen genereren. Dit betekent in de praktijk dat een bestuurder zijn of haar baan kan verliezen indien er niet efficiënt gewerkt wordt. De focus van managers op winst dus. Verder is de verwachting dat de Bank of Japan dit jaar haar programma voor kwantitatieve verruiming gaat verhogen. Ten slotte zijn de lage yen, stijgende lonen, hogere consumptie en toerisme volgens mij allemaal positieve factoren, die een belegging in Japan interessant maakt.

Voor een belegger die blootstelling zoekt naar Japanse aandelen, is er veel keuze. In Japan heb je een aantal indices waarop je kan inspelen met een tracker. Je hebt de klassieke Nikkei, MSCI Japan, de brede Topix en de populaire JPX-Nikkei 400 index. Maar welke moet je nu hebben? Ik geloof dat laatstgenoemde hard op weg is de nieuwe benchmark te worden voor beleggers in Japanse largecap-aandelen. De index bestaat uit de 400 meest aandeelhoudersvriendelijke bedrijven en werd door de Japan Times al snel omgedoopt tot de ‘shame index’. Wie niet zijn best doet zijn aandeelhouders te behagen, wordt aan de schandpaal genageld door uit de index te worden gezet.

De nieuwe index heeft de steun van belangrijke institutionele beleggers in het land. Zo geeft het Japanse overheidspensioenfonds GPIF de voorkeur aan het volgen van de JPX-Nikkei 400 boven de Topix. Ook de Bank of Japan gaat als onderdeel van haar opkoopprogramma ETF’s kopen die de nieuwe index volgen. Sinds de lancering is het beheerd vermogen van trackers en indexfondsen die deze index volgen, gegroeid tot grofweg 20 miljard dollar. In onderstaande grafiek heb ik een aantal trackers met elkaar vergeleken.

6-1-16-1

Bovenstaande trackers zijn niet valuta gehedged, wat betekent dat er blootstelling is naar de Japanse yen. Bij beleggingen in aandelen in buitenlandse valuta is er vaak de mogelijkheid om te kiezen voor wel of geen valutahedge. Afhankelijk van uw visie of risicobereidheid kan er gekozen worden voor de tracker die bij u past. De keuze kan flink schelen in rendement. In een MSCI Japan tracker is dit een verschil in rendement van bijna 14 procent in drie jaar. Onderstaande grafiek laat dat zien.

6-1-16-2

Het is dus voor een belegger belangrijk om het valutarisico goed in te schatten. Een beleggingsadviseur kan u hierbij helpen en zo de juiste tracker selecteren welke bij u past.

2017-01-16T14:02:38+00:00 januari 6th, 2016|Columns, Michael Mooijer|