Meer koopkracht=Meer inflatie

Meer koopkracht=Meer inflatie

‘De lonen in Nederland moeten omhoog’. Dat zei Christine Lagarde, directeur van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) onlangs. Dan hoort u het ook eens van een ander. Blijkbaar kan het, gezien de economische situatie en vooruitzichten in Nederland. Ze maande landen met begrotingsoverschotten, zoals Nederland, zich extra in te spannen om de investeringen te stimuleren en de inflatie aan te zwengelen. Waarom gebeurt het niet dan?

De kosten voor arbeid lagen in de eurozone in het eerste kwartaal gemiddeld 1,5 procent hoger dan een jaar eerder volgens Europees statistiekbureau Eurostat. Arbeiders werden vooral duurder in Roemenië, Hongarije en Bulgarije. In Finland, Luxemburg en Nederland gingen de arbeidskosten omlaag.

Figuur: ontwikkeling loonkosten eurozone 1e kwartaal 2017 (bron: Eurostat)

Heeft de crisis dan zo lang geduurd in Nederland, dat we onze mond niet meer durven open te trekken? Niet helemaal, want op 27 juni a.s. voeren leraren van basisscholen actie voor een beter salaris en minder werkdruk. Het doel van de actie is om beter onderwijs te realiseren. Het onderwijs stevent af op een enorm lerarentekort, omdat de aantrekkingskracht van het beroep tanende is en dat moet anders. De scholen openen daarom één uur later dan normaal en daarnaast is er een manifestatie in Den Haag waar de petitie aan de politiek word overhandigd. Dat gaat er in Frankrijk bijvoorbeeld wel even anders aan toe.

Staken lijkt niet echt in de Nederlandse cultuur te zitten. Werknemers lossen liever hun problemen met werkgevers op aan de onderhandelingstafel. Er zijn zelfs vakbonden die van mening zijn dat staken niks oplevert. Vakbonden in Denemarken of Noorwegen daarentegen leggen vaak het werk plat. Het feit is dat Nederlandse vakbonden geen staking zullen uitroepen omdat zij zich realiseren dat er weinig mensen zullen meedoen.

Misschien dat de politiek iets kan betekenen door met werkgeversorganisaties en vakbonden een akkoord te sluiten, buiten het derde jaar WW dat bereikt is. Een nieuw kabinet zou voorwaarden moeten creëren voor een hogere groei van de reële lonen.

Nederland loopt uit de pas met andere EU-landen op het gebied van flexibele contracten. De groei van de binnenlandse werkgelegenheid komt met name door flexibele en tijdelijke contracten. In het verleden leidde een een krappere arbeidsmarkt tot loonstijgingen. Een werkgever wilde graag goed personeel behouden door ze op die manier te binden. In de huidige cao’s worden nauwelijks hogere lonen afgesproken. Ons land zou belemmeringen voor het in dienst nemen van personeel met vaste contracten moeten wegnemen en de hoge groei van zzp’ers aanpakken door bijvoorbeeld deze vorm van arbeid fiscaal minder aantrekkelijk te maken.

De lonen stijgen onvoldoende om de inflatie naar een gewenst niveau te brengen. De Europese Centrale Bank (ECB) probeert met haar monetaire beleid al een tijdje de inflatie in Europa op gang te brengen. Deze is inmiddels wel wat gestegen door met name hogere olieprijzen, maar dit effect wordt minder. Het is zelfs zo dat de verwachtingen voor de inflatie recent verlaagd zijn. De Nederlandsche Bank (DNB) voorziet voor dit en volgend jaar 1,1 procent en voor 2019 1,4 procent inflatie in Nederland. Naar mijn mening kan de politiek de ECB een handje helpen door de werkende burger meer koopkracht te geven door de reële lonen te verhogen en daardoor het gewenste inflatiepercentage van 2 procent te realiseren.

2017-06-22T07:43:00+00:00 juni 22nd, 2017|Columns, Michael Mooijer|