Obligaties zijn en blijven de kern van een portefeuille

/, Richard Abma/Obligaties zijn en blijven de kern van een portefeuille

Obligaties zijn en blijven de kern van een portefeuille

Beleggers hoeven niet bevreesd te zijn voor oplopende marktrentes: obligaties kunnen hun rol als kern van de beleggingsportefeuille nu en in de toekomst blijven vervullen.

2016 was een goed jaar voor obligatiebeleggers. De al historisch lage effectieve rente (yield) op Europese staatsobligaties daalde nog verder waarbij een groot deel ‘sub zero’ ging, resulterend in mooie beleggingsrendementen.

Maar sinds Trump begin november de presidentsverkiezingen won, is er een kentering zichtbaar als gevolg van aantrekkende inflatie(verwachtingen) in de VS, maar ook in Europa. En hoge inflatie betekent hogere economische groei, en op termijn dus minder noodzaak om de economie nog te stimuleren met kwantitatief verruimingsbeleid door centrale banken.

Dat maakt beleggers nerveus. Begrijpelijk, want wie een duration van 10 heeft, zal bij een rentestijging van 1 procentpunt de waarde van zijn obligatieportefeuille met 10 procent zien dalen.

Bij OHV verwachten we dat de rentes in Europa nog wat verder zullen stijgen. Zo zal de Nederlandse tienjaarsrente richting de 0,5 tot 1 procent bewegen. Op dit moment noteert deze op 0,40 procent.

Fresh

Het willen afdekken van dit renterisico, vooral voor particuliere klanten, was er mede de reden voor ons om het afgelopen jaar een (Europees) obligatiefonds in het leven te roepen: het Fresh Fixed Income Fund.

Het beleggingsfonds, dat zowel in staats- als bedrijfsobligaties belegt, bracht kort na de lancering in juli 2016 de duration terug van 5 naar 1. Het deed dit door short te gaan in futures op de Duitse Bobl en Bund, een praktijk die doorgaans vrij kostbaar is, maar op dat moment nagenoeg kosteloos door de negatieve rentes.

Primaire markt

De kredietspread van 2,3 procent werd door het afdekken van het renterisico tevens de rendementsverwachting voor de komende twaalf maanden. Daarbovenop komt nog het zogenaamde ‘rolling down the yield curve-effect’ en een premie van ongeveer 0,5 procent die OHV voor de beleggers verdient door te handelen op de primaire markt.

Bij de uitgifte van nieuwe obligaties bieden uitgevende instellingen vaak een rendementsopslag. Deze opslag wordt gegeven om beleggers te interesseren voor de uitgifte zodat het een succesvolle plaatsing wordt. Een ander groot voordeel is het ontbreken van de bied-laat spread bij de primaire handel.

Sinds de lancering van het fonds bedraagt het rendement 3,27 procent. De doelstelling is 3 tot 4 procent per jaar. Dat is aanzienlijk meer dan de vergoeding op een spaarrekening.

Spreiding

Een andere reden om een eigen obligatiefonds op te richten is om klanten voldoende spreiding te kunnen blijven bieden. Het gros van de obligatiecoupures uitgegeven in Europa heeft een omvang van 100.000 euro. Voor de gemiddelde klant wordt het steeds moeilijker om voldoende spreiding aan te brengen.

In minder dan zes maanden na de lancering is het fonds met meer dan 50 procent gegroeid tot ruim 40 miljoen euro. Een ‘significant’ deel van dat vermogen is afkomstig van bestaande cliënten van OHV.

OHV is in 1993 ontstaan uit de fusie tussen Oolders & De Jong, Voogelaar & Smulders en Heijning & Broersen. Het is één van de grootste onafhankelijke vermogensbeheerders van Nederland met circa 5 miljard euro onder supervisie. Dat bedrag is inclusief het vermogen dat via execution only-diensten is belegd.

Draw down

OHV is een defensieve partij. Als credo heeft OHV het beperken van de ‘draw down’, oftewel het vermijden van enorme verliezen, want wie 50 procent verliest, moet immers een rendement van 100 procent realiseren om dat weer goed te maken.

Of obligaties, en dan met name van overheden, terrein zullen verliezen aan alternatieve beleggingen, daarvoor zijn wij niet bevreesd. Veel institutionele klanten van OHV zijn vanuit hun verplichtingenstructuur genoodzaakt langlopende staatsobligaties aan te houden.

Vooral pensioenfondsen en verzekeraars hebben te maken met strenge eisen van De Nederlandsche Bank om de kasstromen van de beleggingen te matchen met de verplichtingen, het zogeheten Asset & Liability Matching. De vraag naar staatspapier zal dan ook altijd blijven bestaan.

 

2017-01-27T11:44:41+00:00 januari 18th, 2017|Columns, Richard Abma|