Zoektocht naar rendement in illiquide markt

Zoektocht naar rendement in illiquide markt

Institutionele beleggers kampen met het probleem dat hun aanvangsrendement op vastrentende waarden erg laag is. Tot op heden is dat geen belemmering gebleken voor mooie beleggingsresultaten.

Immers zowel het renteniveau als de kredietopslagen blijven dalen. Zeker met het opkoopprogramma van de Europese Centrale Bank verwacht men dat hier de komende maanden geen verandering in zal komen.

Echter institutionele beleggers kampen ook met verplichtingen die ze hebben over enkele tientallen jaren. Verzekeraars verkopen producten met enkele procenten rendement en pensioenfondsen zullen een inflatiebescherming aan de gepensioneerden moeten bieden. Met de huidige rentestanden die vaak al onder nul of onder één procent liggen gaat dat niet lukken.
Meer rendement maak je door meer risico op te zoeken of door illiquide beleggingen te kopen. Meer risico wordt tegenwoordig door toezichthouders afgestraft in de vorm van hogere kapitaaleisen voor institutionele beleggers. Dan blijven illiquide beleggingen over. Door de illiquiditeit ontvangt een belegger een extra opslag bovenop vergelijkbare titels die wel verhandelbaar zijn.

Aangezien deze beleggers toch lange termijn verplichtingen hebben is het voor hen opportuun deze illiquiditeitspremie op te strijken.
Er zijn diverse vormen van illiquide beleggingen voorradig om in te stappen.

Een leningsvorm die illiquide is met een hoger rendement is bijvoorbeeld hypotheken op woonhuizen. Een belegger krijgt bovendien een dubbele bescherming op zijn lening, namelijk die van de debiteur en die van het onderpand.
Een andere populaire vorm van leningen waarin institutionele belegegrs momenteel beleggen zijn onderhandse leningen. De debiteuren op deze leningen zijn instellingen met een staatsgarantie of een impliciete staatsgarantie, zoals gemeenten, ziekenhuizen en woningbouwverenigingen. Deze leningen worden door de kopers vergeleken met staatsleningen en bieden een extra rendement van ongeveer 0.5%. Niet slecht, als je toch een buy en hold portfolio hebt.
Een andere categorie is beleggingen in vastgoed, waarbij bijvoorbeeld zorgvastgoed een categorie is met een langetermijnkarakter waarbij de kasstromen bestaan uit huur en aflossing. De huur kent uiteraard een inflatiecomponent. Rendementen die behaald worden liggen tussen de 6 en 7 %.
Het laatste voorbeeld zijn leningen aan bedrijven.

Deze categorie kan je breed benaderen, vanaf groter bedrijven die net te klein zijn voor de openbare obligatiemarkt via MKB tot bedrijven die via crowdfunding geld lenen. Het is bekend dat in de Verenigde Staten institutionele beleggers de grootste geldgevers zijn in crowdfundingprojecten, waardoor het eigenlijk niet de crowd is die het geld verstrekt.

Al deze ontwikkelingen komen voort uit de trend om minder gebruik te maken van banken, de tradiotionele intermedairs. Vroeger brachten spaarders hun geld naar de bank en de bank zette dit uit via leningen aan bedrijven en hypotheken. Vroeger kochten institutionele beleggers obligaties van banken en de banken zetten dit weer uit via leningen aan bedrijven en hypotheken. Tegenwoordig doen particuliere – en institutionele beleggers dit vaker zelf zonder de intermediair die bank heet.

2015-05-17T14:21:26+00:00 april 23rd, 2015|Columns, Erik Bakker|