Catch-22 voor de ECB en de Fed

De Fed en de ECB moeten de rente omhoog schroeven voordat we in een volgende economische neergang terecht komen. Maar niet te snel, aldus Edin Mujagic.

De ECB heeft quantitative easing inmiddels teruggeschroefd van 80 miljard naar 30 miljard euro per maand en is het de bedoeling dat de centrale bank er eind dit jaar helemaal mee zal stoppen.

In loop van 2019 wil de bank dan beginnen met het verhogen van de officiële rente. De Fed is daar al mee bezig. De rente is al meermaals verhoogd en dé vraag in 2018 is of de Amerikaanse centrale bank het belangrijkste rentetarief nog twee keer of nog drie keer zal opkrikken.

In 2019 blijven ze hiermee doorgaan, net als in 2020. Dat de centrale banken na jaren van almaar ruimer maken van het monetaire beleid nu de andere kant op roeien, is normaal. De crisis ligt achter ons, het recessiegevaar is klein en het gevaar van deflatie is weggëebd.

Weinig ruimte

Daar hoort een ander monetair beleid bij. Een andere belangrijke reden voor normalisatie van het beleid, is dat de centrale bankiers heel goed weten dat het niet de vraag is óf er in de toekomst weer een periode van lage economische groei of recessie zal optreden, maar wannéér. Ook heel normaal.

Maar zou zo’n periode van lagere groei optreden terwijl de officiële rentes op 0% (ECB) of historisch bezien niet ver daarvandaan liggen (Fed), dan hebben die instellingen een groot probleem.

Zij kunnen dan namelijk niet of nauwelijks de economische neergang counteren met renteverlagingen. Het enige wat ze weer zouden kunnen inzetten, is quantitative easing.

Geen nieuwe QE

Het zou mij niet verbazen als dat veel meer tegenstand oproept dan de quantitative easing ingezet in de vorige crisis. In de eerste plaats omdat quantitative easing bij de diepste recessie in bijna een eeuw heel wat anders is dan quantitative easing inzetten bij een periode van lagere groei.

De recessie van 2008 en 2009 was de langste en diepste sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. In de tweede plaats weten beleggers nu dat er ook veel negatieve effecten van dat ruimhartige monetaire beleid zijn, zoals voor spaarders en gepensioneerden.

De centrale banken zullen die hernieuwde confrontatie willen voorkomen, dus de rentes,  nu de zon schijnt, voldoende verhogen. Alleen is dat makkelijker gezegd dan gedaan.

Langdurige normalisatie

De ECB en de Fed hebben te maken met een Catch-22-situatie: ze moeten de rentes wel verhogen om bij een volgende neergang genoeg munitie te hebben om te stimuleren. Het probleem is dat die renteverhogingen op zichzelf zo’n neergang kunnen veroorzaken, nog voordat de rentes zodanig hoog zijn dan ze noemenswaardige ruimte hebben om te stimuleren.

Vergeet namelijk niet dat de wereldeconomie al ruim een decennium floreert bij rentestanden van (zo goed als) 0%. Niemand weet, centrale bankiers incluis, hoe de economie zal reageren als dat anders wordt.

Daarom denk ik dat centrale bankiers aan beide kanten van de oceaan zeer voorzichtig de rentes zullen verhogen waardoor het proces van beleidsnormalisatie jaren zal duren. Want van een genormaliseerd monetair beleid in de eurozone kunnen we pas spreken als de maatregel dat de commerciële banken zich onbeperkt kunnen financieren tegen ECB-rente teruggedraaid wordt.

Aandeelhouders profiteren

Ik denk dat wie ook Mario Draghi eind 2019 opvolgt als de nieuwe president van de ECB, de helft van zijn termijn van acht jaar bezig zal zijn met die normalisatie.

En dus dat dit proces in het meest gunstige geval (als er tussentijds geen recessiegevaar opdoemt) tot medio volgend decennium zal duren. De officiële rentes van zowel de ECB als de Fed zullen daarbij op een aanmerkelijk lager niveau pieken dan voor de crisis en vanaf zeg 2020 weer omlaag zullen gaan.

Structureel lagere rentes dan in het verleden en nog meer activistische centrale banken: doorgaans is dat goed nieuws voor aandelenkoersen.

2018-04-23T11:20:32+00:00april 23rd, 2018|- Columns, Edin Mujagić|