Nadat de Chinese autoriteiten het toestonden dat de wisselkoers van de Chinese renminbi ten opzichte van de Amerikaanse dollar boven de belangrijke 7,00-grens uitkomt, sloegen de Amerikanen terug met het besluit China officieel als een valuta-manipulator aan te merken.

Het Amerikaanse Ministerie van Financiën oordeelt elk half jaar of de belangrijkste handelspartners van het land de waarde van hun munt willens en wetens manipuleren. Keer op keer oordeelde het ministerie dat dat niet het geval is, ook niet bij China. Het laatste rapport daarover stamt uit mei van dit jaar en ook daar wordt China niet als een valuta-manipulator aangemerkt.

Deze week veranderde Washington echter van mening. Op de financiële markten sloeg dit besluit in als een bom. En dat verbaast mij niet eerlijk gezegd. Als we de invoering van (extra) invoertarieven over en weer gelijkstellen aan beschietingen tussen twee partijen, dan is het Amerikaanse besluit China als een valuta-manipulator aan te merken te vergelijken met een formele oorlogsverklaring.

Ernstiger 

Ik vrees dan ook oprecht dat de economisch-politieke situatie in de wereld minstens zo ernstig is als in 2009, zo niet ernstiger. Toen hadden we een enorm economisch en financieel probleem maar waren de politici over de hele wereld bereid met elkaar op te trekken om de crisis te bezweren. Anno 2019 maken ze vooral ruzie, tot aan handelsoorlog toe. Een economisch en/of financieel probleem is er niet maar met de groei die vertraagt, handelsoorlog tussen China en de VS die een nieuwe, gevaarlijke fase, ingegaan is, handelsruzies elders (zoals recent tussen Japan en Zuid-Korea) en geopolitieke spanningen, kan dat zomaar veranderen in de toekomst.

Terug naar het Amerikaanse besluit China als een valuta-manipulator aan te merken. Wat voor gevolgen neemt dat met zich mee? In het kort: weinig tot niets. Het is vooral een symbolische stap van Washington, om zo te laten zien dat de VS niet stil blijven zitten terwijl China het toestaat dat de eigen munt minder waard wordt.

De Amerikaanse wet schrijft voor dat als Washington een land het predicaat ‘valuta-manipulator’ geeft, de overheid er een officiële klacht van moet maken bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Amerikanen kunnen dan binnen het IMF tegen het vertrekken van leningen aan de zondaar stemmen. Leuk en aardig maar China is financieel onafhankelijk  van het IMF. Sterker nog, China leent zelf grote sommen geld aan andere landen.

Wat nu gaat gebeuren is dat het IMF kennis neemt van de Amerikaanse melding, waarna beide met elkaar daarover gaan praten. Vervolgens gaat het IMF met wat extra aandacht naar het Chinese wisselkoersbeleid kijken. Zoals gezegd is China niet afhankelijk van het Fonds maar daar komt nog bij dat bij het IMF niet alleen Amerikanen werken maar ook anderen. Dat maakt de kans zeer groot dat het IMF veel minder tot niet politiek zal acteren, zoals het Amerikaanse ministerie van Financiën lijkt te doen. Dat op zijn beurt betekent dat er waarschijnlijk geen gevolgen zullen zijn. Eind juni merkte het IMF nog op dat, in de reguliere doorlichting van de Chinese economie, de waarde van de Chinese munt ‘in lijn is met de fundamentele waarde’.

Toegang weigeren 

De VS mogen nu ook Chinese partijen toegang weigeren tot het leenloket van het Overseas Private Investment Corporation (OPIC). OPIC is een zelfstandige Amerikaanse overheidsinstelling die Amerikaanse bedrijven helpt voet aan de grond te krijgen in ontwikkelingslanden. Dit doet de instelling via leningen, exportfinancieringen en netwerken. Een korte bezoek aan de site van OPIC leert dat Chinese partijen niet in de rij staan bij dat leenloket.

Directe gevolgen zijn dus nauwelijks te verwachten en het besluit is vooral te scharen onder het kopje ‘symbolisch’. Dat gezegd hebbende: er is wel een mogelijk indirect gevolg waar ik aan denk.

Het is geen geheim dat de VS liever een zwakkere dan een sterkere dollar zien. Dit geldt met name voor de Amerikaanse president. Het genoemde besluit kan als een soort rechtvaardiging worden ingezet om dat streven kracht bij te zetten en de fase van woorden in te ruilen met een fase met daden op dat gebied. Vergeet niet dat waar de Fed in de VS over de rente gaat, de Amerikaanse wet kristalhelder is over wie over de wisselkoers van de dollar gaat: het ministerie van Financiën, níet de centrale bank.

Dadenfase 

Deze dadenfase kan de vorm krijgen van overleg met andere landen, al dan niet binnen het IMF, om samen op te trekken tegen Chinese koersmanipulatie. Maar er is ook iets anders waar we rekening mee moeten houden.

Het Amerikaanse ministerie van Handel ijvert al enige tijd ervoor kunstmatige waardevermindering van een munt aan te merken als onrechtmatige exportsubsidie. Als dat voorstel aangenomen wordt, dan zou dat de deuren voor nieuwe maatregelen gericht tegen Chinese bedrijven wijd open zetten. Denk daarbij aan nieuwe extraheffingen maar ook quota’s en zelfs invoerverboden.

Hoe dan ook, het ziet er naar uit dat de handelsoorlog definitief uit de handen is gelopen en een nieuwe, gevaarlijkere fase dan voorheen, ingegaan is.

Wat voor een vermindering van spanningen zou kunnen leiden, is een handelsakkoord tussen China en de VS. Die kans lijkt heel klein en dat verbaast niet. Maar zelfs als president Trump zo’n akkoord zou willen sluiten, vraag ik me af of hij er politieke ruimte voor heeft.

Herverkiezing

Over iets meer dan een jaar gaan de Amerikanen naar de stembus op een nieuwe president te kiezen. Trump hoopt uiteraard herkozen te worden.

Als hij voor die tijd een handelsakkoord met China zou sluiten, zou dat zijn Democratische opponent een prima kans geven Trump behoorlijk aan te vallen. Elk handelsakkoord, al was het eentje tussen Liechtenstein en Andorra, telt honderden bladzijdes. Het komt nooit voor dat één partij allen krijgt wat het wilde hebben. Met andere woorden, bij een handelsakkoord tussen China en de VS zouden er veel punten zijn waarover de Democraten zouden kunnen zeggen dat Trump door de knieën is gegaan en niet binnengehaald heeft wat hij beloofde binnen te halen. Kortom, dat hij zich hard opstelt maar soft is.

Zolang Trump ruzie met China levend houdt, hoeft hij op dat front geen Democratische kritiek te verwachten. Als de Republikeinen en de Democraten het érgens over eens zijn, dan is het wel dat China hard aangepakt moet worden. Met het oog op de verkiezingen volgend jaar, lijkt de beste strategie voor Trump te zijn handelsoorlog met China te blijven voeren.

Dat de Amerikaanse boeren daar last van krijgen, nu China geen agrarische producten meer koopt van ze, kan Trump oplossen door weer een tientallen miljarden dollars zwaar ondersteuningsprogramma tegenaan te gooien. Wat leuk meegenomen is, is dat hij daarmee naar die belangrijke kiezersgroep in cruciale staten zou laten zien dat hij ze niet in de kou laat en alles uit de kast haalt hen te helpen nu ze lijden onder de handelsoorlog. Dat levert veel stemmen in, nogmaals, cruciale staten op in 2020.

Ik houd rekening met aanhoudende zo niet toenemende onrust op de markten, stijgende volatiliteit, aanhoudend lage zo niet verder dalende rentes en eerder een neerwaartse dan opwaartse druk op de dollar.

Deze column is 13 augustus jl. gepubliceerd in VEB