De ECB-stoelendans is begonnen

Wie zal de nieuwe opperste monetaire ridder van de eurozone worden? De ECB zal meer op de Bundesbank dan op de Banca d’Italia gaan lijken, verwacht Edin Mujagic.

De president van de ECB, Mario Draghi, moet in november 2019 plek maken voor zijn opvolger. Dat betekent dat de Europese leiders in theorie eind dit jaar of begin volgend jaar gaan beraadslagen wie tot de opperste monetaire ridder van de eurozone te benoemen.

In de praktijk zijn ze nu al bezig met de invulling van die post, zij het indirect. Voordat Draghi Frankfurt verlaat, komen er namelijk twee andere bestuursposten vrij. En niet zomaar twee posten.

Het gaat om de tweede man van de ECB en de onofficiële hoofdeconoom van de bank. De tweede man is om de voor de hand liggende redenen een belangrijke post: hij of zij vervangt de president als dat nodig is en er kleeft een imago an de functie van net iets belangrijker zijn dan de rest.

Hoofdeconoom heeft eerste woord

De post van de hoofdeconoom is in de praktijk echter wellicht nog belangrijker. Tijdens de bestuursvergaderingen over het monetaire beleid, komt de hoofdeconoom als een van de eerste leden aan het woord.

Hij brengt een uitvoerig verslag van de economische ontwikkelingen en vooruitzichten en beveelt aan het bestuur aan wat te doen met het monetaire beleid.

Dat laatste aspect is van groot belang. Binnen het bestuur is er uiteraard discussie naar aanleiding van zijn presentatie maar doorgaans gaat het over details en niet zozeer over de voorgestelde visie en, in het verlengde daarvan, het advies wat te doen met de rente.

Altijd een Duitser?

Het komt dan ook heel vaak voor dat het advies van de hoofdeconoom aan het einde van de vergadering overgenomen wordt. Het is niet voor niets dat Duitsland sinds oprichting van de ECB in 1999 steeds een Duitser op die post parachuteerde.

Dat lukte Berlijn tot en met 2011. Begin 2011 kondigde de beoogde opvolger van de toenmalige ECB-President Jean-Claude Trichet, de Duitser Axel Weber, volkomen onverwacht zijn vertrek aan. Berlijn had daar niet op gerekend en was een korte tijd van slag.

De tijd was lang genoeg voor andere landen om per juni van dat jaar de Belg Peter Praet als hoofdeconoom te benoemen en de post, die voorbestemd was voor Weber, aan de Italiaan Draghi te geven.

Veel ongeschreven regels

Praet was overigens voor zijn benoeming tot hoofdeconoom een belangrijke adviseur van Mario Draghi. Praet’s bestuurstermijn loopt op 31 mei 2019 af, wat betekent dat zijn opvolger dit jaar al gekozen zal worden.

Duitsland kan die post echter niet opeisen. Om uit te leggen waarom, moeten we kijken naar de ongeschreven regels met betrekking tot de benoemingen in het ECB-bestuur.

Zo komen er nooit twee bestuursleden uit hetzelfde land (formeel mag dat wel, zelfs als alle zes bestuursleden uit één euroland zouden komen, zou de bank de Europese regels niet schenden).

Ten noorden en zuiden van de Alpen

Een andere ongeschreven regel is dat de vier grote eurolanden, te weten Duitsland, Frankrijk, Italië en Spanje, altijd een lid van het bestuur leveren. Verder is er het principe dat als de tweede man uit het zuiden van de muntunie komt, de baas dan wel ten noorden van de Alpen geboren en getogen moet zijn.

Tot slot zijn er een aantal posten min of meer gereserveerd voor de kleinere eurolanden. Dat het ongeschreven regels zijn, blijkt wel uit het feit dat het ook voorkomt dat dingen anders lopen.

Zo heeft Spanje al enige tijd geen landgenoot in dat bestuur. En al jarenlang komen zowel de topman als de tweede man uit het zuiden van de muntunie, namelijk Italië en Portugal.

Spanje eist plek op

Onlangs hebben de Europese leiders besloten de Spaanse minister van Financiën Luis de Guindos te benoemen tot vice-president. Spanje stond erop omdat het land, zoals gezegd, al jaren afwezig is uit het dagelijks bestuur.

Deze benoeming betekent dat de opvolger van Draghi vrijwel zeker uit het noorden van de eurozone zal komen. Na het onverwachte opstappen van Axel Weber is Duitsland erop gebrand deze keer die post niet door de vingers te laten glippen.

Met de nieuwe Duitse regering die tot veel meer solidariteit bereid is in de eurozone –  dus veel sneller de Franse eisen zal inwilligen over de verdieping van de eurozone – is het zo goed als zeker dat de ECB eind volgend jaar een Duitser als hoogste baas zal krijgen.

Streng in de leer

Frankrijk zal namelijk niet dwars gaan liggen. De post van de hoofdeconoom blijft dan over voor de kleinere landen in de eurozone. De Ierse centrale bankier Philip Lane, lijkt de steun van iedereen te hebben om Praet op de volgen.

Lane staat bekend als een relatieve duif, dat wil zeggen een centrale bankier die eerder geneigd is het monetaire beleid ruim te houden dan dat die in een vroeg stadium ferm wil optreden tegen inflatiegevaar.

Welke Duitser ook de ECB gaat aanvoeren, de kans is groot dat hij wat strenger in de monetaire leer zal zijn. Een havik, zeggen economen dan. De Guindos lijkt ook een relatieve havik te zijn.

Al met al betekent dit dat de kans aanwezig is dat de ECB vanaf eind 2019, zij het marginaal, meer op de Bundesbank dan op de Banca d’Italia zal gaan lijken. Ofwel dat de bank op langere termijn bezien sneller dan de Fed de rente zal verhogen als het moet en wat minder snel zal verhogen.

2018-03-08T15:31:28+00:00 maart 8th, 2018|- Columns, Edin Mujagić|