Het is woensdagavond als ik de S8 metrolijn in Frankfurt neem richting de luchthaven. Onderweg hoor ik dat door een onvoorziene gebeurtenis de metro omgeleid wordt en daar niet stopt.

Ik moet bij de volgende halte uitstappen, terug naar Frankfurt Hauptbahnhof en een andere lijn nemen. Zo gezegd, zo gedaan. Met een kleine vertraging kom ik uiteindelijk op het vliegveld aan.

Het was eveneens een onvoorziene gebeurtenis die de monetaire metro in de eurozone ontregeld heeft. De vooruitzichten voor de economische groei verslechterden eind vorig jaar, waardoor de Europese Centrale Bank (ECB) zijn koers moest wijzigen. Maar laten we bij het begin beginnen.

Ze waren er allemaal afgelopen woensdag. Ik heb het over de hoogste baas van de ECB, Mario Draghi, de tweede man, Luis de Guindos, en de hoofdeconoom in het bestuur, Peter Praet. Het was de jaarlijkse bijeenkomst ”ECB and its Watchers” in Frankfurt. Die brengt economen, academici en ECB-bestuurders samen, om met elkaar te praten en zo het begrip voor elkaars werkzaamheden en opvattingen te vergroten.

Ik ging er naartoe met de bedoeling te peilen of de recente koerswijziging van de bank een tijdelijke is of dat het veel langer zal duren voordat de eindbestemming wordt bereikt. De eindbestemming is de rente verhogen. Eind vorig jaar gaf de stem uit het monetaire navigatiekastje aan dat we er in de herfst 2019 zouden arriveren. Begin dit jaar kwam het bericht dat de route gewijzigd is en dat de reis tot zeker eind dit jaar duurt.

Toen ik Frankfurt verliet, concludeerde ik dat mijn peilmissie geslaagd was. Het antwoord op de vraag waarmee ik naar het monetaire hart van Europa afreisde, luidt dat het veel langer zal duren voordat de ECB zijn eindbestemming bereikt.

De rode draad in de verhalen van de ECB’ers en de aansluitende discussie waar ze aan deelnamen, is dat de bank er alle vertrouwen in heeft dat de economische groei redelijk hoog zal blijven en de inflatie in euroland op termijn naar 2 procent zal klimmen. Dat is de doelstelling van de bank. Risico’s dat de groei lager uitvalt, zijn er volop, aldus de bank. Geen zorgen, zeiden de drie monetaire ridders echter in koor, we hebben voldoende instrumenten om de economie te helpen.

Om te beginnen kunnen we het moment waarop we de rente gaan verhogen nog verder vooruitschuiven. Vrij vertaald: in het meest gunstige geval naar 2020. En dan zijn er controversiële maartegelen, zoals het opkopen van obligaties. Ja, dat abnormale beleid heeft ook negatieve bijeffecten, zei Draghi. Dat was op zich nieuws, want niet zo lang geleden beweerde dezelfde man dat die negatieve effecten er níet waren. Zijn bestuurscollega Yver Mersch zei echter dat die negatieve bijeffecten „niet buitenproportioneel waren met het oog op onze taak: het bereiken van onze doelstelling.” Dat is een mondvol gortdroge woorden die vrij vertaald betekenen: lekker puh.

Tussen de regels door was glashelder wat ons op monetair gebied staat te wachten de komende jaren: 0 procent rente en ander abnormaal beleid zolang het oog reikt. En die negatieve bijeffecten? Het doel heiligt alle monetaire middelen in de eurozone. Dat is wellicht de beste samenvatting van de bijeenkomst in Frankfurt. Dat en … lekker puh natuurlijk.

Deze column is 30 maart jl. gepubliceerd in RD.nl