De euro heeft niets met de Italiaanse problemen te maken

Er is iets rots in de Italiaanse economie. Veel Italianen geven de schuld aan de euro, ook de nieuwe regeringscoalitie uit zich kritisch over de munt. De euro heeft de zwaktes van Italië inderdaad blootgelegd, maar is niet de oorzaak, vindt Edin Mujagic.

Eerst was er een nieuwe Italiaanse regering, en toen ineens weer niet. En vandaag, na een week van onzekerheid lijkt er toch een nieuwe regering te komen. Dat is geen luxe: de politieke crisis in Rome had meteen zijn weerslag op de financiële markten. De rente die Italië moet betalen voor zijn leningen steeg snel en de eurozone leek opnieuw op een crisis af te stevenen. Onrust en onzekerheid alom.

Die situatie ontstond nadat de Italiaanse president Sergio Mattarella weigerde de voordracht van Paolo Savona als minister van Financiën goed te keuren. Savona staat bekend als euroscepticus. En meer dan dat: hij heeft herhaaldelijk gezegd dat hij Italië uit de euro wil halen. De president vroeg de beoogde coalitiepartijen, de eurosceptische Vijfsterrenbeweging en Lega Nord, een nieuwe kandidaat voor te dragen voor die belangrijke post. Dat weigerden ze aanvankelijk. Maar donderdag besloten de coalitiepartijen alsnog een nieuwe minister van financiën voor te dragen. Savona wordt nu de nieuwe minister van Europese zaken.

Veel mensen, in Italië zelf en daarbuiten, zeiden het een schande is wat de Italiaanse president had gedaan. ‘Wij waren er bijna maar toen mocht een minister die kritiek heeft op de euro en de EU het niet worden,’ aldus partijleider Matteo Salvini van Lega Nord. Blijkbaar worden onze ministers benoemd door Duitsland en de EU, vervolgde hij. Kortom, boosheid alom.

Wat de Italiaanse president deed was niets minder dan een aanval op de democratie, klonk het veelvuldig, ook in Nederland. Niet geheel toevallig zijn degenen die dat vinden ook vaak van mening dat het zo slecht gaat met de Italiaanse economie door de euro.

Was dat besluit van de Italiaanse president inderdaad een aanval op de Italiaanse democratie? Dat vraag ik me af. De Italiaanse president heeft de grondwettelijke plicht om in het belang van het land te handelen. Voorkomen dat de financiële markten gaan denken dat Italië uit de euro zal stappen, lijkt me in ’s lands belang. Zodra Italië aankondigt afscheid te willen nemen van de euro, gaat het failliet.

Stagnatie

Dat de economie van Italië het slecht doet, is een feit. Dat de bevolking daaronder lijdt ook. Maar dat het slecht gaat met de Italiaanse economie vanwege de euro, is economische flauwekul.

In de jaren voorafgaand aan de introductie van de euro ging het Italië economisch gezien redelijk. Maar dat was vooral  te danken aan de spectaculaire daling van de Italiaanse rentes toen eenmaal duidelijk werd dat het land de lire zou inruilen voor de euro. De rente zakten van ongeveer 15 procent naar rond de 4 procent. Overheden, bedrijven, gezinnen – iedereen profiteerde ervan.

Maar die ‘Duits’ lage rentes verbloemden de ernstige, dieperliggende problemen van van de Italiaanse economie. Terwijl de arbeidsproductiviteit in de jaren negentig bijna overal snel steeg door de nieuwe technologieën, stagneerde die in Italië. Dat het land zijn economie, financiële markten en de arbeidsmarkt niet hervormde, droeg daaraan zeker bij. Dat de notoir inefficiënte overheid haar falen maskeerde door almaar meer geld te lenen, hielp ook niet. Maar de fundamentele oorzaak van de economische stagnatie ligt dieper.

Luigi Zingales en Bruno Pellegrino, twee vooraanstaande Italiaanse economen werkzaam aan de University of California en de University of Chicago, publiceerden vorig jaar een paper waarin ze op zoek gingen naar een diagnose voor die stagnerende arbeidsproductiviteit in hun land. Hun voornaamste conclusie is dat Italiaanse bedrijven er niet in slaagden zich aan te passen aan de nieuwe omgeving waarin technologie een centrale rol speelt. Ze konden daardoor niet profiteren van de mogelijkheden van bijvoorbeeld ICT in hun bedrijfsvoering.

Hoe is dat te verklaren? Een van de redenen bleek te zijn dat managers vaak geselecteerd werden op grond van andere criteria dan hun kwaliteit. Het hebben van familierelaties en vrienden op hoog niveau blijkt in Italië nog steeds een betere garantie voor een goede baan dan het hebben van talent en een goede opleiding. Tot aan de komst van de euro kon het land die zwakheden verbergen en ‘oplossen’ met behulp van een devaluatie van de lire. Door de Italiaanse deelname aan de euro viel die mogelijkheid weg. De euro legde dus inderdaad de zwakke punten van de Italiaanse economie bloot, maar dat is heel wat anders dan dat de munt die veroorzaakte.

Verbloemen

De Italiaanse deelname aan de euro was trouwens niet het gevolg van smeekbedes van andere eurolanden aan Rome om zich vooral aan te sluiten, maar van een eis van Rome zelf: het land stond erop dat het vanaf het begin mee zou doen. Onder meer de Nederlandsche Bank waarschuwde in de jaren negentig regelmatig dat Italië niet klaar was om mee te doen. Toenmalige minister van Financiën Gerrit Zalm omarmde dat advies en ging zo ver dat hij de Italiaanse deelname wilde blokkeren. Het leverde hem in Italië de bijnaam Il duro, de strenge, op. Achteraf bleek die bijnaam volledig onterecht. Ondanks dat Italië aan geen enkele van de in het Verdrag van Maastricht gemaakte afspraken voldeed, kon het om politieke redenen gewoon meedoen met de euro.

Na de introductie werd de economie van het land juist sterk gestimuleerd. Enerzijds door de structureel lage rentes, maar ook via allerlei geldstromen vanuit de rest van de eurozone. Vaak zijn die zichtbaar – borden langs de weg –  maar vaak ook niet. Neem het beleid van quantitative easing, het opkopen van staatsobligaties van de eurolanden door de Europese Centrale Bank (ECB). Dat beleid helpt Italië doordat de Italiaanse rentes op die manier laag worden gehouden. Maar van dat beleid profiteert Italië meer dan andere eurolanden.

Dat zit zo. Toen de ECB in 2015 aankondigde staatsobligaties van de eurolanden op grote schaal te gaan opkopen, stelde de bank een paar spelregels vast. Een daarvan was de verdeling per euroland. Het aandelenbelang van elk land in de ECB (dus de hoeveelheid gestort kapitaal) zou de verdeelsleutel zijn. Die regel haalde één van de voornaamste zorgen van landen zoals Duitsland en Nederland weg: zonder zo’n verdeelsleutel zou de ECB wel eens alleen landen als Italië kunnen helpen. Die zogeheten capital key regel bepaalde dat van elke 100 euro die de ECB uitgaf aan staatsobligaties, 26,30 euro aan Duits schatkistpapier moest gaan, 20,70 euro aan de Franse staatsobligaties en 18 euro aan de schuldbewijzen van Italië.

De ECB stelde in de kleine lettertjes echter dat de bank van die verdeling tijdelijk mag afwijken, zolang de verdeelsleutel in acht wordt genomen gedurende de gehele looptijd van het opkoopprogramma. Het mochten alleen tijdelijke en geen structurele afwijkingen zijn omdat afwijken in de zin dat meer staatspapier van een land wordt gekocht dan de verdeelsleutel voorschrijft, betekent per definitie dat de ECB mínder staatspapier van sommige andere landen koopt dan de verdeelsleutel voorschrijft.

Uit de cijfers blijkt dat de afwijkingen wél structureel zijn. De ECB kocht meer staatspapier dan volgens de verdeelsleutel zou moeten in het geval van Frankrijk (tot wel 3 procentpunt meer), Italië (tot 2,5 procentpunt meer) , Spanje (tot 1,5 procentpunt meer), België en Oostenrijk. De bank kocht, marginaal, minder staatspapier dan de verdeelsleutel voorschrijft van onder meer Nederland. Voor Duitsland geldt dat de ECB gedurende 2016 iets meer Duits schatkistpapier kocht dan eigenlijk had gemogen en in 2017 juist iets minder.

Met andere woorden: ook hier zien we dat de probleemgevallen van de muntunie, zoals Italië, bovengemiddeld profiteren van het ECB-beleid. Toegegeven, het gaat misschien niet om torenhoge sommen, maar het gaat me om het principe. Feit is dat landen die zichzelf in de problemen hebben gebracht de meeste hulp ontvangen van de centrale bank.

Dat Italië anno 2018 een politieke en wellicht een economische crisis meemaakt, is in de eerste plaats en voor het leeuwendeel te wijten aan het land zelf. Dat de Italiaanse crisis de hele eurozone dreigt te destabiliseren, komt doordat de andere landen destijds Italië hebben toegelaten tot de eurozone en het feit dat de ECB het land hielp en helpt met zijn beleid.

Het niet hoeven voldoen aan de voorwaarden voor deelname aan de euro, heeft Rome opgevat als een open uitnodiging om op oude voet door te gaan en boven zijn stand te blijven leven. Die opstelling in de jaren negentig en de naïviteit dat Italië zijn leven wel zou beteren als het eenmaal in de eurozone zat, kan ons wel eens duur komen te staan.

2018-06-04T09:29:16+00:00juni 4th, 2018|- Columns, Edin Mujagić|