Duurzaam in theorie of praktijk?

Veel Nederlandse assetmanagers betrekken Environmental, Social en Governance (ESG)-criteria in het beleggingsbeleid. De ondernemingen, waarin wordt belegd, worden periodiek gescreend op duurzaamheid. Ook wordt een uitsluitingsbeleid gevoerd, waardoor er in bepaalde bedrijven niet mag worden geïnvesteerd.

Maar hoe verloopt dit beleid in de praktijk?

Veel van dergelijke ondernemingen zitten in indices zoals een S&P 500. Nederlandse assetmanagers beleggen voor miljarden in deze traditionele indices via trackers.

Met andere woorden, indirect wordt er gewoon in de bedrijven belegd, die op hun uitsluitingslijst staan.

Een aantal controversiële wapenbedrijven die op meerdere Nederlandse lijsten met uitsluitingen staan en onderdeel uitmaken van de S&P 500-index zijn:

  • Boeing Company
  • General Dynamics
  • Honeywell International
  • Lockheed Martin
  • Northrop Grumman
  • Raytheon
  • Textron

Actieve benadering

Naar mijn mening mag een dergelijk ESG-beleid geen wassen neus zijn en moet dus ‘zuiver’ worden toegepast. Even de Principles for Responsible Investments van de Verenigde Naties ondertekenen is geen beleid met betrekking tot verantwoord beleggen. Schijnbaar is het in de praktijk moeilijk haalbaar, tenzij men een aangepaste index gaat samenstellen of verantwoord beleggen gaat invullen met een actieve benadering.

Duurzame trackers

Gelukkig spelen de fondsaanbieders in op maatschappelijk verantwoord beleggen met duurzame trackers en zijn er inmiddels veel smaken op dit gebied, zowel in aandelen als obligaties. Daarmee kan het naleven van het uitsluitingsbeleid werkelijkheid worden.

Deze column is 6 juli jl. gepubliceerd op Fondsnieuws

2017-07-25T10:45:43+00:00juli 5th, 2017|- Columns, Michael Mooijer|