ECB zet in de toekomst sneller en zwaarder geschut in

Edin Mujagic noemt de persconferentie van de ECB gisteren de belangrijkste ooit. De tweede man van de ECB zei namelijk dat onconventionele middelen voortaan veel sneller ingezet kunnen en zullen worden. En dat er nieuwe onconventionele middelen bedacht moeten worden.

Saai. Nietszeggend. Niet eens vermakelijk. Dat zijn zomaar wat typeringen die ik op Twitter las over de vergadering van het bestuur van de ECB op donderdag en de persconferentie na afloop.Ik zag echter een persconferentie die, als ik alle persconferenties van de ECB zou moeten rangschikken op volgorde van belangrijkheid, zeker in de top drie zou staan, zo niet op de eerste plaats!

Behalve een belangrijke, was het ook een unieke persconferentie. Niet alleen omdat de vice-president van de bank, Vitor Constancio, er voor het laatst zat, maar omdat het voor het eerst in de geschiedenis van de ECB is gebeurd dat iets wat de tweede man van de bank zei, belangrijker was dan wat de president in de hele persconferentie had gezegd.

Onconventionele middelen

Sterker nog, wat Constancio gisteren zei, was belangrijker dan 90% van wat ECB-President Mario Draghi in al zijn persconferenties samen tot nu toe heeft gezegd! Waar ik het over heb?

Het volgende. Omdat het zijn laatste vergadering was, kreeg Constancio onder meer de vraag om terug te blikken op zijn ECB-periode. Dat deed hij en daarbij zei hij iets wat voor de toekomst zeer belangrijk is voor allen die de gevolgen van het ECB-beleid voelen.

Zijn periode bij de ECB wordt vooral gekenmerkt door het feit dat de bank allerlei onconventionele middelen van stal moest halen om de crisis te lijf te gaan.

“Normalisatie gaat niet zo snel”

Nog niet normaal

Denk daarbij niet alleen aan QE, maar ook onbeperkte financiering voor de commerciële banken en langdurig de officiële rente op 0% houden. Dat onconventionele beleid was nodig in abnormale economische tijden.

Nu die tijden weer normaal zijn, is het de tijd die onconventionele instrumenten op te bergen. Dat doet de ECB ook, op het eerste gezicht. De bank heeft de omvang van QE gereduceerd van 80 miljard euro per maand naar inmiddels 30 miljard en de bedoeling is om eind dit jaar er helemaal mee te stoppen.

Niet zo snel! Ja, de ECB is bezig met wat we normalisatie van het monetaire beleid noemen, maar dat betekent niet dat dat beleid ooit weer, of op zijn minst in de nabije toekomst (lees de komende vijf jaar zo niet langer) normaal zal worden.

Nieuwe middelen bedenken

Constancio: “Onconventionele monetaire maatregelen horen nu standaard in het monetaire gereedschapskist van de centrale banken en kunnen zo weer ingezet worden. Of we ooit terug kunnen gaan naar het simpele monetaire beleid van voor de crisis, vraag ik me af. Het toenemende belang van het niet-bancaire deel van het financiële stelsel betekent dat het spectrum van de rentes die belangrijk zijn, veranderd is vergeleken met voor de crisis. Andere instrumenten kunnen wel eens nodig zijn voor centrale banken, die zich op middellange termijn bezien met meer rentes moeten bemoeien.”

Die woorden van Constancio zijn voor mij dé reden de persconferentie van 26 april als één van de belangrijkste ooit van de ECB te beschouwen.

“Onconventionele middelen worden voortaan veel sneller ingezet”

Wat hij namelijk zegt is niet alleen dat de onconventionele middelen voortaan veel sneller ingezet kunnen en zullen worden, maar zelfs dat er nieuwe onconventionele middelen bedacht moeten worden (andere instrumenten kunnen wel eens nodig zijn).

Het mag van Maastricht

Wat in dit opzicht van belang is, is dat QE of 0% rentes niet meer iets nieuws of onbekends zullen zijn in de toekomst. Omdat die maatregelen tot voor kort wel onbekend en nieuw waren, lag de lat om die in te zetten ook redelijk hoog.

Die lat lag ook hoog omdat er nogal wat juridische onduidelijkheid bestond. Was het opkopen van staats- en bedrijfsobligaties wel te rijmen met het Verdrag van Maastricht bijvoorbeeld? Inmiddels weten we het antwoord daarop.

Het Europese Hof van Justitie oordeelde dat quantitative easing, desnoods zonder limiet, door de juridische beugel die Maastricht heet, kan. Onbekend maakt onbemind. Voor de toekomst geldt dat dus niet meer: onconventioneel monetair beleid is alles behalve onbekend meer.

Wel namens de bank

Gezien zijn positie binnen de ECB mogen we er gerust van uitgaan dat Constantio de mening van het bestuur weergaf. Het feit dat de ECB zijn woorden direct op eigen Twitteraccount heeft vermeld, onderstreept dat, zeker met het volgende in het achterhoofd.

Toen een van Constantio’s collega’s, de Oostenrijkse centrale bankier Ewald Nowotny, onlangs zei dat de ECB een van zijn rentes kan verhogen op korte termijn, vaardigde de bank een persbericht uit om de buitenwereld duidelijk te maken dat Nowotny níet namens de ECB sprak.

Zo’n bericht was er niet na Constantio’s woorden. Sterker nog, de ECB deelde die woorden openlijk met de buitenwereld. De implicaties van Constancio’s woorden zijn nauwelijks te onderschatten. Het betekent namelijk dat de centrale banken, en zeker de ECB, de financiële markten permanent sterker zullen beïnvloeden dan in het pre-crisis tijdperk.

Lees ook: Centrale banken blijven het spel bepalen

Vloer aandelenmarkt hoger

Concreet kan dat betekenen dat de rentes van alle looptijden doorgaans veel langzamer zullen stijgen dan voorheen en wellicht niet meer de standen van voor de crisis zullen bereiken. En als ze te snel en/of te ver dreigen te klimmen, dan staat de bank klaar om meteen in te grijpen.

Die structurele neerwaartse druk op de rentes heeft ook gevolgen voor de aandelenmarkten. Aandelenkoersen gedijen bij lage rentes. Dat betekent niet dat die koersen niet kunnen dalen, maar de kans daarop is in zo’n omgeving kleiner.

We zouden ook kunnen zeggen dat de vloer onder de aandelenkoersen hoger is komen te liggen. Immers, structureel lagere rentes betekenen dat de kosten voor bedrijven lager uitpakken als ze investeren, iets wat, ceteris paribus, ten goede komt van de winstgevendheid.

“Bij sparen is de kans op een negatief reëel rendement zo goed als 100%”

Sparen niet de moeite

En dan is er de invloed op de vraag naar aandelen. Die kan ook stijgen, iets wat het effect zou zijn van een ander gevolg van de door Constancio geschetste monetaire wereld die voor ons ligt, namelijk dat de spaarrentes permanent laag zullen blijven.

Met 2% inflatie per jaar is het niet moeilijk voor te stellen dat sparen jaar in jaar uit een verliesgevende activiteit zal blijven. In het verlengde daarvan zou het me niet verbazen als zelfs de meest hardnekkige sparenfans hun geld (deels) gaan steken in obligaties en/of aandelen als alternatief.

Ja, beleggingen in aandelen betekent risico lopen, maar risico lopen betekent ook een, vrij grote zeker gezien het eerdergenoemde, kans op een positief rendement. Dat in tegensteling tot sparen, waar de kans op een negatief reëel rendement zo goed als 100% is.

2018-05-04T20:49:01+00:00mei 1st, 2018|- Columns, Edin Mujagić|