Als 2020 of 2021 een recessiejaar wordt, wil geen enkele centrale bank herstel met renteverhogingen in de kiem smoren. Dan duurt het tot voorjaar 2023 voordat de nieuwe ECB-president de rente zal verhogen naar 0,25%, aldus Edin Mujagic.

“In a dark room you move with tiny steps. You don’t run but you do move.” Zo omschreef Mario Draghi, president van de ECB, op 7 maart de precaire monetaire situatie.

Onverstandig, want als je niets ziet, dan verdwaal je. Dus als je in het duister tast, doe je er verstandig aan stil te blijven staan en te wachten tot het lichter wordt of je ogen gewend zijn aan het donker.

Nu zit de ECB nog steeds in die donkere kamer, maar de bank loopt er niet meer doelloos rond. Het bestuur staat stil en wacht totdat er een lichtstraal naar binnen komt – zo vat ik althans de opmerking van Draghi op dat de bank meer informatie nodig heeft om het toekomstige beleid te bepalen.

Wachten tot Letland

Die wachtperiode duurt tot en met 6 juni, de dag waarop het bestuur weer zal vergaderen. Die bijeenkomst vindt plaats in Letland. De ECB vergadert elk jaar één keer in een euro-hoofdstad, om zo symbolisch te onderstrepen dat de nationale centrale banken er ook toe doen.

De bank wacht tot juni omdat het economische navigatiekastje kuren vertoont. Op het scherm prijkt om de haverklap de boodschap dat de route opnieuw wordt berekend. Duidelijk is dat de economische groei verder afneemt.

Zo veel zelfs dat de periode van aanmerkelijk lagere groei langer lijkt te duren dan de ECB eerder verwachtte. Bovendien geldt dat als de bank een gokje zou moeten wagen of de groei in de komende kwartalen hoger of lager uitpakt dan het basisscenario, de kans groot is dat een bestuurder op lager zou inzetten.

Geld lenen blijft goedkoop

De kwetsbaarheid van sommige opkomende markten is een risico, net als spanningen tussen Washington en Brussel nu de VS dreigen met nieuwe invoerheffingen voor veel Europese producten.

Zelfs als die risico’s overdreven worden, dan nog is een behoorlijke dosis monetaire antibiotica nodig om een infectie van lage groei en dalende inflatie in de eurozone te bestrijden, aldus de ECB. Maar de onzekerheid – hoe langdurig zal de afkoeling zijn, hoe zullen de ontwikkelingen buiten de eurozone zich ontvouwen, etcetera – is enorm.

Daarom is de eerder geplande renteverhoging eind dit jaar van de baan. Het voornemen om geld lenen in 2020 duurder te maken, schaar ik eerder onder het kopje wishful thinking of borrelpraat dan een serieuze mogelijkheid.

Duurt tot 2023

Ik houd er rekening mee dat de economische groei in de wereld eind dit jaar weer iets aantrekt om vervolgens in 2020 opnieuw af te nemen, zodanig dat een recessie in de VS en euroland mogelijk is tegen die tijd.

Als 2020 of 2021 een recessiejaar wordt, wil geen enkele centrale bank het herstel in de kiem wil smoren met te snelle renteverhogingen. Dan duurt het tot voorjaar 2023 voordat de nieuwe ECB-president bekendmaakt dat het bestuur besloten heeft de rente te verhogen van 0% naar 0,25%.

Ik verwacht dus eerder een nieuwe ronde van kwantitatieve verruiming dan een renteverhoging. Toen Draghi dan ook zei dat de ECB “klaar staat om alle instrumenten te gebruiken om de inflatie aan te jagen op de middellange termijn,” en daarbij “alle” herhaalde en benadrukte, vatte ik dat op als een synoniem voor zijn beroemde whatever it takes-uitspraak.

Licht in de kamer

Concreet betekent dat: mocht het nog lang op 0% houden van de rente onvoldoende zijn om het gewenste doel te bereiken, dan zal de bank niet schromen de kanonnen van de kwantitatieve verruiming weer te gebruiken.

Tussen nu en juni krijgt de ECB inzicht in nogal wat macro-economische indicatoren en op 6 juni liggen er ook de nieuwste ramingen van de eigen economen over economische groei en inflatie tot en met 2021.

Daardoor zal de bank tegen die tijd in staat zijn voorzichtig in beweging te komen zonder al te groot gevaar te struikelen of ergens tegenaan te stoten.

Fed houdt opties open

Op het Fed-front is ook wat te melden. De centrale bank publiceerde de notulen van de laatste bestuursvergadering. Daaruit bleek dat de comitéleden geen haast hebben de rente te verhogen, maar die optie wel op tafel houden als de economische groei niet verder vertraagt.

Het wordt dan eerder 2020 dan 2019. Zelf acht ik het voor 2021 hoogst onwaarschijnlijk. Enerzijds omdat de economische omgeving er niet naar zal zijn, anderzijds vraag ik me af of het rentecomité, zeker bij weinig economische groei, én met nieuwe leden erbij die loyaal lijken te zijn aan president Trump, de rente zal kunnen verhogen in verkiezingsjaar 2020.

Deze column is 11 april jl. gepubliceerd in IEXProfs