Edin Mujagic vind het jammer dat Klaas Knot nauwelijks lessen uit het monetaire verleden gebruikt om binnen het bestuur van de ECB te pleiten voor een beleid dat wél maatschappelijk verantwoord is.

Neem een willekeurig eurobankbiljet. U treft er, uiteraard, de waarde aan en wat afbeeldingen. In het ene land zijn die wat mooier dan in het andere.

Een serienummer van het bankbiljet ontbreekt ook niet en het geheel wordt afgemaakt door de handtekening van de baas van de uitgevende instelling.

Op eurobankbiljetten vindt u de handtekening van de ECB-president Mario Draghi (zo goed als elk biljet), zijn voorganger Jean-Claude Trichet (dat is zoeken) of de allereerste bankpresident, onze landgenoot Wim Duisenberg (mocht u zo’n biljet vinden, neem contact met me op, ik neem het graag van u over).

Betalen aan toonder

Een verschil tussen de bankbiljetten die in de afgelopen decennia zijn uitgegeven en de oudere versies is dat waar vroeger ook steevast de woorden c.q. de belofte “betaalt aan toonder” erop prijkte, die belofte er al heel lang af is.

Op de guldenbankbiljetten kon u tussen 1814 en 1952 bijvoorbeeld lezen “De Nederlandsche Bank betaalt aan toonder.” Dat wil zeggen dat u met zo’n biljet op elk gewenst moment het kantoor van DNB binnen kon lopen en het biljet kon inwisselen voor goud, tegen een vaste prijs.

Sinds 20 februari 1952 is dat niet meer mogelijk. Op die dag is het nieuwe bankbiljet van 10 gulden verschenen. Aan de voorkant prijkte een beeltenis van Koning Willem I, die overigens op 1 april 1814 De Nederlandsche Bank oprichtte. De woorden betaalt aan toonder waren nergens meer te bekennen.

Voor dagelijks gebruik

Maar het was niet de eerste keer dat dat gebeurde. Het is 3 april 1934 als DNB het zogeheten Grijsaard-bankbiljet in omloop brengt. Het biljet wordt zo genoemd omdat daarop het portret “Den Grijsaard” van Rembrandt te vinden was.

Het 10 gulden-bankbiljet was oorspronkelijk ontworpen als reservebiljet. Die hield DNB altijd achter de hand voor het geval dat er snel oude biljetten vervangen moesten worden. In 1934 promoveerde het bankbiljet van de reservebank naar dagelijks gebruik.

Hoewel er in de ontwerpfase wel betaalt aan toonder op stond, vielen die woorden weg in de definitieve versie. Het was daarmee het eerste biljet zonder die drie woorden. Ofwel; het eerste bankbiljet dat aangaf dat de koppeling tussen de gulden en goud niet meer bestond.

Allerlaatste land

Dat was vreemd omdat Nederland pas op 27 september 1936, ruim twee jaar later, die koppeling zou verbreken. Nederland was overigens het allerlaatste land in de wereld dat dat deed.

Opmerkelijk is dat in de bankbiljetten die na het Grijsaard-biljet zijn uitgegeven tot het Willem I-biljet in 1952, die woorden wel te vinden waren. Was DNB toch geschrokken van de reacties? Het niet meer kunnen inwisselen van biljetten voor goud betekende namelijk dat het monetaire anker weg was.

Wie nu met een bankbiljet van 100 euro het kantoor van DNB aan het Frederiksplein in Amsterdam binnenloopt en bij de balie zegt het biljet te willen wisselen, zal in het ergste geval raar aangekeken worden en in het beste geval de vraag krijgen of hij/zij twee biljetten van 50 euro, vijf van 20 of tien van 10 wil hebben.

Maatschappelijk verantwoord

Nu is het feit dat bankbiljetten niet in te wisselen zijn voor goud volkomen normaal. Terugkeer naar de goudstandaard, is een slecht idee. De tijden en de economie is daar te ingrijpend voor veranderd. Wat géén slecht idee is, is leren van de zo rijk gevulde monetaire historie.

Daarin zijn zeer waardevolle lessen te vinden over het te voeren monetaire beleid in heden en toekomst. Het land met misschien wel de rijkste en meest leerzame monetaire geschiedenis, is Nederland.

Ik vind het daarom jammer dat de president van DNB, Klaas Knot nauwelijks lessen uit dat verleden gebruikt om binnen het bestuur van de ECB te pleiten voor een ander beleid, een beleid dat, op de middellange en lange termijn, wél maatschappelijk verantwoord is.

Geen deflatiegevaar

Ik bedoel dat er al te lang zeer ruim beleid wordt gevoerd, dat tot steeds grotere negatieve bijeffecten leidt, die ook nog in loop der tijd heviger kunnen worden.

De centrale bank moet bij zichzelf te rade gaan waarom het beleid niet het gewenste effect heeft gehad, dus de monetaire strategie evalueren, in plaats van meer van hetzelfde te doen in de hoop dat het om een of andere reden allemaal goed valt.

Steeds meer van hetzelfde doen en hopen op andere uitkomsten, dat is de definitie van insanity volgens niemand minder dan Albert Einstein!

Deze column is 5 april jl. gepubliceerd in IEXProfs