Europese Centrale Bank moet in de leer bij de boer

Laatst reed ik over de polderwegen in Flevoland. Overal stonden de beregeningsinstallaties aan. Iedere agrarische ondernemer weet dat als het te droog is, hij de kraan open moet zetten.

Doet hij dat niet, dan dreigt zijn oogst te mislukken en zal zijn inkomen dalen.

Hij moet echter scherp in de gaten houden óf die kraan open moet en zo ja, hoeveel. Wat hij ook weet, is dat hij een evengroot risico loopt als hij te veel water geeft of de kraan open zet als dat niet nodig is. Typisch gevalletje van baat het niet, dan schaadt het wél. Onze boeren weten dat. Onze centrale bankiers niet.

Toen de eurozone te maken kreeg met enerzijds de ergste economische crisis in decennia en anderzijds de crisis in Griekenland, zette de Europese Centrale Bank (ECB) de monetaire geldkraan wijd open. Behalve de rente te verlagen naar 0 procent, bewaterde de bank het gortdroge economische landschap met ruim 30.000 euro per seconde.

Dat valt nog te billijken. De monetaire kraan dicht houden was geen optie, anders zou de economie van de eurozone verpieteren. Inmiddels is de situatie echter compleet anders. De economische groei lijkt sterk op die van vóór de crisis.

Ja, het klopt dat de laatste tijd steeds meer signalen komen dat die groei in loop van dit jaar iets zal matigen, maar zelfs dan blijft die zeer sterk. Ja, het klopt ook dat de bank de kraan iets dichtgedraaid heeft. Die 30.000 euro per seconde is gedaald naar ruim 11.000 euro per seconde. Maar dat is nog steeds te veel monetaire liquiditeit voor een snel groeiende economie. En de rente blijft voorlopig op 0 procent. De grond is alles behalve droog. Toch staat de geldkraan nog steeds wijd open.

Waar dat in de afgelopen jaren nog geruststellend nieuws was, is het door de ingrijpend andere economische situatie nu een groot gevaar voor de economie geworden. Gewassen dreigen, zogezegd, te verdrinken. Dan doel ik bijvoorbeeld op de arbeidsproductiviteit die te lang laag blijft. De lage rente houdt veel zogeheten zombiebedrijven overeind. Deze weinig productieve bedrijven leggen echter wel beslag op arbeid en kapitaal, dat ergens anders meer toegevoegde economische waarde zou hebben. Economische groei komt voort uit het aantal mensen dat werkt en de productiviteit van die mensen. Met de vergrijzing dreigt de eerste bron op te drogen. De tweede is dus belangrijker dan ooit. Het ECB-beleid houdt de broodnodige sterkere bijdrage daaruit echter tegen.

Met verdrinken bedoel ik ook het gevaar van hoge inflatie op termijn. Uit het monetaire verleden weten we dat te veel geld drukken vroeg of laat tot hogere prijzen leidt. Datzelfde verleden leert ons dat hoge inflatie funest is voor onze welvaart.

Met verdrinken bedoel ik ook dat allerlei zogeheten zeepbellen op de financiële markten kunnen ontstaan. Dat klinkt leuk, want dit betekent dat koersen van aandelen omhoog gaan en de rentes laag blijven. Maar wanneer die bellen leeglopen –en dat gebeurt vroeg of laat– komen veel huishoudens, bedrijven en overheden in grote problemen.

Wat de ECB momenteel doet, is maatschappelijk onverantwoord monetair beleid voeren. De bank moet daarom veel sneller dan nu het geval is het rentebeleid afstemmen op de nieuwe economische werkelijkheid.

2018-05-29T08:57:50+00:00mei 29th, 2018|- Columns, Edin Mujagić|