Fed is niet bang voor inflatie

Beleggers kunnen gerust zijn. Ondanks een robuuste Amerikaanse economische groei en een inflatie die waarschijnlijk hoger wordt dan 2%, zal de Fed de rente dit jaar NIET extra verhogen, concludeert Edin Mujagic.

Wat de ECB kan, kunnen wij ook, moeten ze gisteren bij de Fed hebben gedacht. En zo geschiedde: een nogal saaie vergadering (want geen nieuwe voorspellingen en geen persconferentie na afloop) was bij nader inzien toch niet zo saai. Sterker, het was een voor beleggers nogal veelzeggende bedoening gisteren in Washington. Wat daarvoor gezorgd heeft, is het woord symmetrisch.

De Amerikaanse centrale bank meldde in de verklaring, die na afloop werd uitgegeven, dat de inflatie de komende tijd rond het symmetrische streefpercentage van 2 procent zal liggen. De toevoeging van het begrip symmetrisch, dat er de vorige keer niet was, is belangrijk omdat de Fed daarmee tussen neus en lippen door aangeeft dat de bank niet in actie zal komen als de inflatie boven het streefpercentage van 2 procent uitkomt. De afgelopen jaren lag die steevast eronder.

Dat op zijn beurt vertelt ons dat als we ergens in de komende maanden uit de VS het bericht krijgen dat de inflatie boven 2 procent is uitgekomen. Dat is iets wat met de hogere olieprijs en de zwakke dollar in de maanden die achter ons liggen niet zou verbazen.

Zonder krachttermen

Maar beleggers moeten nu níet meteen gaan denken dat de Fed de officiële rente vaker zal verhogen dan wat de markt nu verwacht. Dat de bank tegelijkertijd de economische groei in de nabije toekomst iets ziet aantrekken, onderstreept dat.

De Fed had namelijk ook de groeivooruitzichten als robuust of sterk kunnen omschrijven. Het feit dat de bank die vooruitzichten niet met dat soort krachtige termen omschreven heeft in de verklaring, geeft ook aan dat de bank niet zit te springen om de rente vaker op te krikken dan waar beleggers vanuit gaan.

Stagflatiebuzz

Waar de bank het níet over heeft gehad, maar wat voor beleggers erg belangrijk is, is het vooruitzicht voor 2019. Dan kunnen we met een ecomische situatie te maken krijgen die wat minder rooskleurig is dan wat we de afgelopen jaren hebben meegemaakt. Dan kan zelfs een van de meest angstaanjagende termen uit de economie terugkomen.

Waar ik het over heb? Stagflatie. Dat duidt op de combinatie van stagnerende groei en stijgende inflatie. De jaren zeventig was zo’n periode, met alle nare gevolgen vandien. Dat verklaart de angstreacties als deze economische term valt.
De afgelopen jaren hadden we te maken met een omgeving van stijgende groei en dalende inflatie, precies het tegenovergestelde van stagflatie. Een soort expanslatie, expansie en disinflatie samen.

Het ziet er nu sterk naar uit dat de inflatie in onder meer de Verenigde Staten verder zal klimmen, of in ieder geval niet scherp terug zal zakken. Tegelijkertijd is de kans reeel dat de economische groei in 2019 lager wordt dit jaar. Het zou mij dus niet verbazen als de term stagflatie de komende tijd steeds vaker opduikt in analyses van economen, en in de media.

Geruststellende gedachtes

Moeten we bang zijn? Angst hebben zou in mijn ogen echter overdreven zijn. Waarschijnlijk krijgt de VS te maken met circa 1,5 tot 2 procent groei met 2 á 2,5 procent inflatie. Dat is alles behalve een vervelend vooruitzicht voor beleggers. De inflatie blijft immers laag en komt nergens in de buurt van die uit de jaren zeventig. En omdat de economische groei iets lager zou zijn, zou de kans toenemen dat de Fed de officiële rente in 2019 en verder aanmerkelijk minder vaak zal verhogen dan wat de markt nu inprijst.

Lage inflatie en het vooruitzicht op langer zeer ruim monetair beleid: hoe hard ik er ook over nadenk, ik kan maar niet zien waarom dat slecht nieuws voor met name de aandelenmarkten zou zijn. Het zou natuurlijk anders worden als de inflatie veel verder zou stijgen en de groei een grote duik zou maken, maar vooralsnog is er heel weinig dat op zo’n scenario wijst.

2018-05-07T10:02:06+00:00