Nu de recessieangst weer naar de achtergrond aan het verdwijnen is getuige de wereldwijd sterk oplopende aandelenkoersen wil ik in deze column aandacht besteden aan de renteontwikkelingen in Europa.

De tijd van communicerende vaten in deze twee beleggingscategoriën behoort al lange tijd tot het verleden. Voordat het monetaire verruimingstijdperk begon betekende dalende obligatiemarkten vaak stijgende aandelenkoersen en vice versa. Reden hiervoor was dat er geld onttrokken werd uit obligaties en werd belegd in aandelen en andersom.

Sinds de aanvang van het opkopen van staatsobligaties door de Europese Centrale Bank is dit effect verdwenen. Het aanhoudend opkopen van obligaties heeft de rentes in Europa tot onder de 0% gebracht. Dit heeft de economische groei in Europa aangezwengeld tot ruim 2% begin 2018 waarna deze enkele tienden van procenten is terugvallen tot op heden.

Fiscaal stimuleren

Ondertussen is de risicovrije rente nog steeds rond 0%. Werkloosheid is fors gedaald in veel landen en looninflatie begint nu vorm te krijgen. Door de angst op een recessie zijn op dit moment veel overheden de mogelijkheid aan het onderzoeken om meer fiscaal te gaan stimuleren. Dat is een gunstige ontwikkeling, zeker gezien de grote geldhoeveelheid die is gecreëerd de afgelopen jaren met de monetaire verruiming.

Terugkomend op de lage rentestanden denk ik dat zodra de macro-cijfers aantonen dat recessieangst overdreven was en inflatie cijfers door de lage werkloosheid verder oplopen de lange rentes zich snel zullen herpakken tot meer realistische niveaus dan waar we nu staan. De komende maanden worden er ook veel nieuwe staatsobligaties uitgegeven, diverse landen in Europa moeten bestaande aflopende leningen herfinancieren.

Ik ben benieuwd welke beleggers deze leningen blijven kopen zodra er meer zekerheid rondom de economie komt. De ECB in ieder geval niet, tot voor kort de grootste koper in dit papier. Hogere rentes op langerlopend risicovrij schuldpapier van ongeveer 1% zijn aannemelijk gedurende 2019.

Deze column is 14 februari jl. gepubliceerd in DFT.nl