Is vermogensbeheer een alternatief voor lage spaarrente?

Afgelopen weekend speelde Ajax tegen PSV. De eerste helft leverde niets op. Er gebeurde niets voor beide doelen. In de tweede helft kwam de wedstrijd tot leven en scoorde Ajax driemaal en gingen de thuistoeschouwers met een blij gevoel naar huis. De eerste helft lijkt een beetje op uw spaarrekening boekje, u kijkt er naar maar er gebeurt niets. De tweede helft lijkt meer op beleggen, er gebeurt van alles en uiteindelijk kijkt de winnaar met een goed gevoel naar zijn beleggingsportefeuille.

De spaarrente nadert de nul procent. Grote bedrijven betalen al rente op hun rekening courant. In sommige landen betalen particulieren ook al negatieve rente op hun spaargelden. Uw spaarrente is laag, omdat banken zelf geld moeten betalen op hun liquiditeiten die ze bij de centrale bank stallen.
De Europese Centrale Bank rekent banken 0,40% op hun liquiditeiten.  Vandaar dat banken tegenwoordig 0% of licht hoger als rentetarieven hanteren op hun rekening courant.

De Europese Centrale Bank heeft op 26 oktober 2017 bekend gemaakt het bekende opkoopprogramma van obligaties te verlengen tot en met september 2018. Wel worden de maandelijkse aankopen vanaf januari 2018 gehalveerd tot 30 miljard per maand. Draghi gaf aan wel de vrijheid te behouden het opkoopprogramma te verhogen en te verlengen indien dit nodig wordt geacht, als de inflatie niet richting de doelstelling van 2% beweegt. Het herinvesteren van aflossingen voortkomende uit het opkoopprogramma zal blijven doorgaan ook nadat het opkoopprogramma is beëindigd. Waarom is dit relevant voor de toekomstige spaarrente?

Hoe lang blijft de spaarrente nog laag?

De president van de Europese Centrale Bank, Draghi, verklaarde namelijk de korte rente onveranderd te laten tot geruimde tijd ná het aflopen van het opkoopprogramma. Op basis van een nieuwe afloopdatum van september 2018, betekent dit in onze beleving dat er pas eventueel sprake kan zijn van een renteverhoging in 2019. Maar dat betekent niet gelijk dat de rente naar positieve niveaus gaat. Vaak verhoogt een centrale bank haar rente met stapjes van 0,25%. Dat betekent dat er twee rente verhogingen nodig zijn om van 0,40% naar een rente van boven de nul procent te gaan. Dat betekent dus dat de spaarrente tot eind 2019 op de huidige lage niveaus zal blijven.

Waarom is de lage spaarrente een probleem?

De lage spaarrente was tot 2017 geen probleem. Dit had twee redenen. De eerste reden was tot 2017 de spaarrente nog niet zo extreem laag was. De tweede reden is dat tot 2017 de inflatie rond de nul lag, of zelfs negatief was (deflatie). In 2017 zijn deze twee variabelen omgedraaid. De inflatie is gestegen tot 1,5%. Hieronder ziet u de inflatieontwikkeling vanaf januari 2015. De spaarrente is zoals gezegd gedaald tot nul procent.


Dit betekent dat vanaf 2017 uw reëel spaarrendement negatief is. U lijdt aan geldontwaarding van 1,5% per jaar als u spaart. Ervan uitgaande dat de inflatie tot en met 2019 1,5% blijft, wat goed mogelijk is gezien de aantrekkende economie, verliest u drie jaar lang 1,5% op uw spaargeld. Dat is 4,5% in totaal. Om dit verlies goed te maken moet twee keer 4,5% rendement maken om ten eerste uw verlies goed te maken en ten tweede om de inflatie te compenseren. En dan nog heeft u niets verdiend, behalve dan de inflatie gecompenseerd.

Is vermogensbeheer een alternatief?

Spaarders zijn vaak risico avers. Ze kiezen voor een lage opbrengst in ruil voor zekerheid. Maar alles op één spaarrekening zetten is juist geen laag risico. Een goede vermogensbeheerder zal de bedrijven/banken waarin hij belegt voor cliënten spreiden. Spreiding zorgt voor een lager risico, immers als één belegging omvalt, dan valt dit op totaal niveau mee. Een bank kan ook omvallen. Zeker met de nieuwe Europese regels, die voorschrijven dat banken niet meer gered mogen worden met staatssteun.
Een vermogensbeheerder zal ook spreiden over diverse beleggingscategorieën. Spreiding over diverse categorieën verlaagt het risico in een beleggingsportefeuille. Dit verhoogt ook de kans op meerjarige stabiel rendementen. En dat is iets om te over denken. Vermogensbeheer doet men voor de lange termijn. Hieronder zult u zien dat u op termijn beloond wordt, met een gedegen rendement in vermogensbeheer. In dit plaatje wordt een onderzoek door OHV weergegeven. We hebben onderzocht wat de opbrengsten zijn geweest van de belangrijkste indices op aandelen en obligaties.

Uit onderzoek blijkt dat als u bijvoorbeeld 20 jaar belegt, u altijd op jáárbasis rendement genereert.
Dit zullen we u toelichten. Bij OHV vermogensbeheer werken wij met drie profielen. Deze profielen zijn defensief, neutraal en offensief. Het verschil zit in de verdeling over de diverse beleggingscategorieën. Een defensief profiel belegt voor maximaal veertig procent in aandelen, een neutraal profiel belegt voor maximaal zestig procent in aandelen en een offensief profiel belegt voor maximaal tachtig procent in aandelen.

Het defensief profiel kent dan een lager risico maar dan ook op een langere termijn een lager rendement dan bijvoorbeeld een neutraal profiel. De profielkeuze is onder andere afhankelijk van uw leeftijd, risico acceptatie, totaal vermogen en meerjarige doelstellingen.

Als we dan weer naar het plaatje gaan kijken dan zien we bijvoorbeeld dat het defensief profiel, gemeten over een tijdsbestek van 10 jaar tussen de 3% en 14% procent rendement per jaar oplevert. Over een tijdsbestek van twintig jaar gemeten ligt dit rendement tussen de 5,6% en 12,2%. Na één jaar beleggen bestaat een kans op een negatief rendement.

De boodschap van dit verhaal is dan ook dat beleggen, ook met een defensief profiel, loont. Zeker op de lange termijn. Beleggen doet men dus niet voor de korte termijn. En op de lange termijn maak je ruim meer rendement dan de spaarrente. En versla je de inflatie.

2017-12-14T09:03:13+00:00december 14th, 2017|- Columns, Erik Bakker|