Koopkrachtverlies

Begin deze week las ik dat de Europese Centrale Bank eind dit jaar wellicht meer duidelijkheid gaat geven over een verhoging van de rente. Deze woorden waren afkomstig van ECB-bestuurder Francois Villeroy de Galhau. De centrale bank heeft dit bericht verder ook niet ontkracht.

Het is logisch dat men dit pas kan gaan doen als het beleid van monetaire verruiming is afgebouwd. Er is nog niets besloten, maar de verwachting is dat het opkoopprogramma na september tot het einde van het jaar zal worden afgebouwd. Ik vermoed dat het nog wel tot juli duurt voordat de ECB met een officieel besluit komt, om de gevolgen van de plannen van een nieuwe Italiaanse regeringscoalitie af te wachten.

Inflatiedoel

De teksten van de Fransman suggereren dat de doelstelling van een inflatie van dichtbij, maar onder de 2 procent wordt losgelaten. Sterker nog, afgelopen maand is de inflatie uitgekomen op 1,2 procent op jaarbasis, van 1,3 procent in maart. Echter, de economie van de eurozone groeit en er is geen risico op deflatie meer. De prikkel die door de ECB is ingezet zal op termijn leiden tot het beoogde inflatiedoel.

Renteverhoging

Hij wees er verder op dat ‘enige’ kwartalen na het einde van QE de rente voor het eerst zal worden verhoogd. In mijn beleving betekent dat dit ergens in de herfst of winter volgend jaar zal gebeuren. De verwachting is dat verdere verhogingen van de rente zeer geleidelijk zullen verlopen, gezien de enorme schuldtoename van sommige Europese landen.

Lage spaarrente

Dit alles betekent dat de spaarrente waarschijnlijk nog twee kalenderjaren rond de nul procent zal bewegen. In mijn optiek zal de gemiddelde spaarrente de komende vijf jaar 0,25 procent bedragen. Met een gemiddelde inflatie van 1,5 procent is het niet moeilijk voor te stellen dat sparen, jaar in jaar uit, een verliesgevende activiteit zal blijven. Hier bovenop komt dan nog de belasting in Box 3, waardoor de kans op een negatief reëel rendement zo goed als 100 procent is.

 

Sparen kost geld

Bovenstaand tabel verduidelijkt het effect van de mate van koopkrachtverlies bij een spaarbedrag van € 130.000,- tegen een gemiddelde spaarrente van 0,25% over de komende 5 jaar. Sparen kost dus geld. Het koopkrachtverlies is maar liefst 8,9%.

Deze column is 18 mei jl. verschenen op Fondsnieuws

2018-05-18T08:04:37+00:00 mei 18th, 2018|- Columns, Michael Mooijer|