Lonen stijgen, werkloosheid daalt, economie groeit…

Winkelmandje met inhoudMaar de koopkracht stijgt niet? Is inflatie, ofwel stijgende prijzen, goed of slecht? Daar zijn vrijwel alle economen het over eens: lage inflatie, als de prijzen elk jaar met zo’n 2 tot 5 procent stijgen, is beter dan geen inflatie.

Er zijn economen die zelfs stellen dat prijsstijgingen van tussen de 5 en 10 procent per jaar wenselijk zijn, omdat dat goed zou zijn voor de economische groei. Prijzen die niet stijgen of juist dalen, worden ongeveer gezien als het equivalent van een aardbeving, overstroming en epidemie tegelijk.

Op basis van eigen onderzoek naar de geschiedenis van inflatie en economische en niet-economische gevolgen daarvan, betoogde ik dat inflatie geen goede zaak is voor een economie. Sterker nog, dalende prijzen zijn juist een economische zegen, mits ze afkomstig zijn uit de goede hoek (lees: veroorzaakt zijn doordat we door ervaring en technologische vooruitgang alles goedkoper kunnen produceren).

En nu ik het toch over de lessen uit die inflatiestudie heb: denk niet dat stijgende prijzen een normaal verschijnsel zijn alleen maar omdat de prijzen de afgelopen decennia elk jaar zijn gestegen. Prijzen stijgen jaar in, jaar uit pas sinds de centrale banken zich over de waarde van ons geld zijn gaan ontfermen, vanaf pakweg de jaren dertig van de vorige eeuw. In de eeuwen daarvoor kwamen prijsstijgingen en prijsdalingen min of meer even vaak voor. Tijdens de Gouden Eeuw bijvoorbeeld daalden de prijzen in ons land de helft van de tijd. Per saldo waren de prijzen aan het einde van die periode vrijwel gelijk aan die aan het begin ervan.

De afgelopen jaren was de inflatie laag en dreigden de prijzen te gaan dalen. De centrale banken gooiden alles in de strijd om dat te voorkomen. Zij maakten geld lenen gratis en drukten duizenden miljarden euro’s, dollars en andere valuta bij. Met succes. Inflatie is terug van weggeweest. En de gevolgen zijn vrijwel meteen merkbaar.

Neem dit jaar. De Nederlandse economie groeit hard, de werkloosheid is flink gedaald, de lonen stijgen. Kortom, de koopkracht van de Nederlander neemt na lange tijd weer toe. Of beter: de koopkracht zou na een lange tijd weer toe moeten nemen. Zou moeten, want in de praktijk gebeurt dat niet. Het Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting (Nibud) waarschuwde onlangs dat de koopkracht van de huishoudens er dit jaar nauwelijks op vooruitgaat. Ja, de lonen stijgen door de aantrekkende economie en de gedaalde en dalende werkloosheid, maar de gestegen inflatie –thans tussen de 1,5 en 2 procent in Nederland– neutraliseert die loonstijgingen zo goed als volledig. Daar gaat je koopkrachtstijging.

Wie spaart ziet door die gestegen inflatie en 0 procent spaarrente zijn spaargeld feitelijk afnemen. Als rente het spaartegoed verhoogt, dan doet de inflatie het tegenovergestelde. Bij 0 procent spaarrente en 1,5 procent inflatie zal dus van elke 100 spaareuro op 1 januari, 98,5 euro over zijn op 31 december, in koopkracht gemeten.

De voormalig Amerikaanse president Ronald Reagan omschreef inflatie ooit als „gewelddadig als een rover, angstaanjagend als een gewapende overvaller en dodelijk als een huurmoordenaar.” Het is te hopen dat die rover, overvaller en huurmoordenaar niet op ons afkomt en dat de dromen over een hogere inflatie die veel economen en beleidsmakers hebben, niet uitkomen.

Dit artikel is eerder verschenen op het Reformatorisch Dagblad.

2018-02-06T14:30:11+00:00februari 6th, 2018|- Columns, Edin Mujagić|