Normaal gesproken wisselen eb en vloed elkaar in een etmaal af. In monetaire termen, met renteverhogingen als eb en renteverlagingen al vloed, duurt het allemaal wat langer, enkele jaren.

Sinds 2007 had de wereld een lange tijd te maken met nooit eerder vertoonde en zeer langdurige vloed. Zo goed als alle belangrijke centrale banken verlaagden hun rentes naar 0 procent of net iets daarboven, waarmee de monetaire sluizen wagenwijd open kwam te staan.

In 2018 leek het erop dat het tij zou keren. Voor het eerst in een decennium gingen monetaire sluizen langzaam aan dicht. Na een langdurige vloed begon een periode van eb. Maar nog voordat die monetaire eb goed en wel begonnen was, was die alweer voorbij.

De Fed maakte eind vorig jaar een zeer scherpe draai. In slechts enkele weken tijd veranderde de discussie van ‘gaat de rente in 2019 drie of vier keer omhoog’ naar ‘blijft de rente gelijk of gaat die omlaag’. De ECB zette de plannen voor de eerste renteverhoging in jaren in de ijskast.

Op de financiële markten verwachten beleggers dat de Fed nog voor het einde van juli de rente zal kortwieken. Tussen nu en eind 2020 ziet de markt tot wel 4 renteverlagingen. Bij de ECB wordt steeds openlijker gesproken over het opnieuw opstarten van kwantitatieve verruiming, iets waar de bank nog maar enkele maanden geleden mee stopte.

Elders op de wereld voegen de zusterinstellingen van de Fed en de ECB daden bij woorden over monetaire verruiming. In Australië, India en op Nieuw-Zeeland zijn de belangrijkste rentetarieven onlangs gereduceerd en de centrale banken staan klaar ermee door te gaan.

Een van de gevolgen ervan is dat de langetermijnrentes in de sterke landen scherp zijn gedaald. Duitsland en Nederland krijgen geld toe als ze een lening met een looptijd van 10 jaar afsluiten op de kapitaalmarkt.

Leuk voor de overheden en velen die een hypotheeklening hebben wellicht, maar de spaarder kijkt tegen een toekomst aan waarin de spaarrente nog jarenlang 0 procent zal blijven.

Ik kan me heel goed voorstellen dat die omgeving aandelen eerder onder opwaartse dan neerwaartse druk komen te staan. Ja, de economische groei is afgenomen en de vooruitzichten zijn verslechterd. Maar dat betekent niet dat een recessie om de hoek is. Voor 2019 blijft in mijn ogen gelden dat de economische groei een behoorlijk eind van de grens tussen groei en recessie zal uitkomen. Redelijk hoge groei voorlopig met een nieuwe periode van monetaire vloed: zoals gezegd per saldo stijgende koersen – wel met volatiliteit door de handelsoorlog of brexit-perikelen – lijken me iets waarschijnlijker dan dalende koersen. Immers, bij een vloedgolf worden alle bootjes omhoog gestuwd.

Deze column is 11 juni jl. gepubliceerd in Cashcow