Niet in de haak

The Seafood Shop is een viswinkel, die gevestigd is in de Leidsestraat, hartje Amsterdam. De gemeente wil deze viswinkel sluiten, omdat deze te toeristisch is. Hoewel de buurt blij is met een kwaliteitsviswinkel, denkt de gemeente daar dus anders over. Dit overheidsingrijpen raakt aan de discussies, die binnen de stroming van Institutional economics plaatsgevonden hebben en nog steeds plaatsvinden.

Vrije markt

Institutional economics richt zich op het begrijpen van het evolutionaire proces en de rol van instituties in het vormen van economisch gedrag. Sinds de jaren 1700 komt het idee van de vrije markt op. Grote liberale economische denkers waren ervan overtuigd dat transacties op de markt spontaan en zonder sturing van buitenaf tot stand dienen te komen. Beperkingen voor vrij handelen op de markt, waaronder rechtsregels en andere producten van overheidsinterventie, moesten worden uitgesloten.

Beschermen van eigendomsrechten

Een belangrijke variant van Institutional economics ontstaat in de late 20e eeuw, die de laatste ontwikkelingen van de neo-klassieke economie integreerde. North en Thomas publiceerden ‘the Rise of the Western World: a New Economic History’ in 1973. Ze herontdekten de impact van de overheid op de markt. De staat hoorde de beschermer van eigendomsrechten te zijn.

Economische groei                                                            

Economische groei wordt gestimuleerd door staten, die succesvol eigendomsrechten beschermen. Diefstal, overdreven belastingen en willekeurig beslag dienden te worden uitgebannen. Het militaire aspect en het geweldsmonopolie waren daar bij van belang. Handelsbelangen moesten worden beschermd tegen uitdagers. Groei wordt gestimuleerd door het afdwingen van contracten en claims. Later werd het begrip instituties verruimd met rechtsregels en sociale en ethische normen. Deze normen en richtlijnen kunnen ook de economische groei stimuleren.

Regulering en eigendom

Het sluiten van de viszaak wordt gezien als een uitwas van de vertrutting van de samenleving. Dit betekent dat de overheid in dit geval niet de eigendomsrechten beschermt, maar ze juist beperkt op basis van beginselen, die ze zelf heeft geformuleerd en die niet gedragen worden door de maatschappij. Een gevolg van een overgeciviliseerde samenleving. Op het moment dat dit niet in lijn ligt van de ethische normen van de samenleving, verstoort de overheid de economische transacties.

Het doel voorbijstreven

Uiteraard is dit verschijnsel ook te zien in andere delen van de economie. Er is pas sprake van overregulering als het middel het doel voorbij streeft. Bijvoorbeeld wanneer kleine vermogensbeheerders, banken of verzorgingstehuizen in gevaar komen, doordat ze teveel tijd en geld moeten besteden aan het naleven van wet- en regelgeving. Regels zijn in principe weldadig voor een samenleving. Ze moeten economische transacties faciliteren en stimuleren, maar niet de markt verstoren. Daar waar staten overontwikkeld worden, ligt het gevaar op de loer dat het averechts werkt. Eigendomsrechten worden dan niet meer beschermd, maar kunnen dan juist in gevaar worden gebracht door overheidsingrijpen.

Deze column is 2 juli jl. verschenen op Fondsnieuws

2018-07-03T09:38:18+00:00juli 2nd, 2018|- Columns, Camiel van Roosmalen|