Nieuwe fondsen en oude onderzoeken

Een recent onderzoek van Morningstar naar de prestaties van obligatiefondsen ging voorbij aan een nieuwe situatie. Uit het onderzoek bleek dat over een periode van vijftien jaar obligatiefondsen moeite hadden hun benchmark te verslaan.

De nieuwe situatie is dat de kosten van nieuwe obligatiefondsen lager zijn dan die in het verleden. Juist in het onderzoek werd dus naar het verleden gekeken. Wat is de waarde hiervan als de nieuwe ‘normaal’ in de beleggingswereld niet meegenomen wordt.

In het (recente) verleden konden banken en beleggingsondernemingen geld uitgekeerd krijgen van fondshuizen als zij hun beleggingsfondsen opnamen in de portefeuilles van de klanten. Deze zogenaamde ‘verborgen kosten’ wilden de fondshuizen terugverdienen door hun fondsen duurder te maken. Zo draagde de consument bij aan het verdienmodel van banken en beleggingsondernemingen.

Sinds 2014 is deze situatie in Nederland verboden, door de introductie van het zogenaamde provisieverbod. Deze voorkomt een ongewenste prikkel dat adviseurs voor hun klanten beleggingsfondsen kiezen met de hoogste retourprovisie. In de meeste andere Europese landen is deze maatregel pas dit jaar van kracht geworden. Dit maakt dat obligatiefondsen van buitenlandse aanbieders nog steeds duur waren. En als de transactiekosten en beheerkosten ouderwets hoog zijn, dan is het logisch dat dit de reden is dat deze fondsen hun benchmark niet verslaan.

Obligatiefondsen die na het provisieverbod zijn opgericht kennen van nature lagere kosten. En zouden dan de benchmark ook moeten verslaan. Een fonds wat ik hierbij als voorbeeld wil gebruiken is het Fresh Fixed Income Fund. Dit fonds is in 2016 opgericht en verslaat sindsdien de benchmark.
Hieronder is in het plaatje zichtbaar in de groene lijn dat de prestaties van het fonds beter zijn dan die van de benchmark, welke in de blauwe lijn is weergegeven.

 

Doordat de kosten nu lager zijn betaald de werkwijze van een actief beheerd fonds zich dan ook uit.

Als afsluiting wil ik dan drie voordelen benoemen van een actief beheerd obligatiefonds :
1.Nieuwe emissies

Bij emissies wordt er vaak een premie gegeven om beleggers over de streep te trekken om in te schrijven. Door hier actief op in te spelen kan er op jaarbasis tot 0,4% aan extra rendement worden behaald op de verkregen obligaties door de actieve beheerder.
De passieve beheerder vist achter het net, omdat als de nieuw uitgegeven obligatie na enkele maanden in een index wordt opgenomen de nieuwe issue premie er al uit is gelopen.

Actieve belegger > krijgt nieuwe issue premie

Passieve belegger > volgt index en mist nieuwe issue premie

2.Selectie debiteuren

Een actieve beheerder selecteert debiteuren op basis van zijn kwantitatieve en kwalitatieve criteria.
Een passieve beheerder heeft deze keuze niet. Hij volgt de debiteuren die in de index zijn opgenomen. En dat is eigenlijk raar. Je belegt automatisch in bedrijven, die júist veel lenen. Terwijl er misschien ook bedrijven zijn die een mindere geldbehoefte hebben en daardoor een aantrekkelijkere keuze zijn.

Actieve belegger > selecteert ook debiteuren die weinig geld lenen

Passieve belegger > belegt automatisch in debiteuren die veel lenen

3.Kopen en verkopen van obligaties

Het aankopen van obligaties vindt plaats via bilaterale handel en vindt niet of nauwelijks plaats op de beurs.
Op de beurs is er standaardisatie en met een druk op de knop kan een aandeel gekocht of verkocht worden. Bij obligaties is de diversificatie veel groter en daardoor is handel op de beurs lastig en is de bied laat spread dan ook groter dan die bij aandelen. Deze handel gebeurt wereldwijd bilateraal tussen honderden partijen, die hierin gespecialiseerd zijn.

Een actieve beheerder kan hierop inspelen door enerzijds goede contacten met al deze tegenpartijen te hebben en anderzijds door op een geconcentreerde manier zijn bied– en laat prijzen in te leggen. Een passieve indexbelegger heeft deze keuze niet. Immers als bijvoorbeeld de inleg van een obligatietracker verhoogd wordt dan zal de ETF provider automatisch alle onderliggende obligaties uit de index snel moeten kopen anders loopt hij tracking difference risico. Op deze wijze vermindert de kans op een goede executie van de obligaties.

Actieve belegger > koopt en verkoopt beter in

Passieve belegger > koopt en verkoopt op de automatische piloot

2018-05-17T08:07:18+00:00mei 17th, 2018|- Columns, Erik Bakker|