Dit is de week van de jaarlijkse ECB-conferentie in Sintra. Zoals gebruikelijk opende de president van de bank, Mario Draghi, de bijeenkomst met een toespraak. En zoals gebruikelijk zat daarin belangrijke info verborgen. Heeft Draghi bijvoorbeeld niet alleen een hervatting van quantitative easing (QE) aangekondigd, maar ook een uitgebreidere versie ervan dan wat we afgelopen jaren hebben gezien?

Saai was de toespraak niet, maar een groot deel van de tijd was er niets nieuws te horen, zeker na de persconferentie na de bestuursvergadering een week eerder. Dat veranderde mijns inziens toen Draghi opmerkte dat de limieten die de ECB zichzelf oplegt bij het inzetten van verschillende monetaire instrumenten „specifiek verbonden zijn aan de omstandigheden waarmee we te maken hebben”. „Als de crisis iets heeft laten zien, dan is dat wij alles zullen doen, binnen ons mandaat, om onze doelstelling te halen”, aldus de ECB-president.

Het zou niet onjuist zijn deze woorden als een soort verscholen verbale bom te zien. Als we het over die limieten hebben, dan moeten we denken aan beperkingen hoeveel staatsobligaties de ECB maximaal per serie of uitgever mag kopen. Draghi’s woorden zijn te interpreteren als dat de bank die limieten kan wijzigen om die aan te passen aan de nieuwe omstandigheden, zodat nog meer staatsobligaties per land opkopen, mogelijk wordt. Een van die ’nieuwe omstandigheden’ kan zijn het feit dat uit de ramingen van de ECB zelf blijkt dat de jaarlijkse inflatie in het euroland tot en met 2021 niet op het gewenste niveau zal liggen.

Om de inflatie toch richting 2% op te stuwen, zou een herhaling van QE zoals we dat eerder hebben gezien, waarschijnlijk ontoereikend zijn. Het zou immers meer van hetzelfde zijn. Om de kans van slagen te vergroten, zou de volgende ronde van QE anders, bijvoorbeeld groter en omvangrijker, moeten zijn. De bank zou bijvoorbeeld kunnen besluiten veel meer supranationale obligaties, uitgegeven door het Europese noodfonds of de Europese Investeringsbank, te kopen. Of zelfs het verdeelsleutel – de regel hoe QE-bedrag te verdelen per euroland – te wijzigen om meer obligaties van probleemlanden te kopen.

Wat Sintra 2019 onderstreept heeft, is dat het niet de vraag is óf de ECB het monetaire beleid ruimer wil maken maar wannéér de bank dat zal doen. Verdere verlagingen van de rente en opnieuw opstarten van quantitative easing én het aanmerkelijk uitbreiden ervan, zijn zeker niet uitgesloten. En aangezien Draghi namens het ECB-bestuur sprak, is het maar zeer de vraag of het voorlopig werkelijk iets zal uitmaken wie hem op zal volgen eind dit jaar.

Het ECB-bestuur bepaalt het beleid, niet de president, en wat voor beleid een ruime meerderheid van dat bestuur voorstaat, is ondertussen wel duidelijk.

Deze column is 19 juni jl. gepubliceerd in DFT.nl