Redding banken te ver doorgeschoten?

Simpel gesteld waren er twee doelstellingen voor centrale banken na de kredietcrisis. Het redden van het financieel systeem en het aanzwengelen van de economie. In de eerste doelstelling is zij in grote lijnen geslaagd, in de tweede doelstelling nog niet helemaal. Immers om een economie op gang te helpen is er kredietverlening nodig. Kredieten zijn de smeerolie van de economie. Banken verweren zich geremd te worden door nieuwe eisen dat hun eigen vermogen verhoogd moet worden. Dit kan onder andere gebeuren door winsten toe te voegen aan hun eigen vermogen. Als ze hier geblokkeerd worden doordat hun verdienmodel uitgehold wordt, duurt het langer voordat ze weer meer kunnen uitlenen.

Banken hebben tegenwoordig zo veel liquiditeiten dat ze eigenlijk uw geld niet meer willen hebben. Bedrijven moeten al geld betalen om liquiditeiten te stallen bij een bank en voor particulieren is de beloning minimaal. Vlak na de kredietcrisis hadden banken vooral liquiditeiten nodig en boden ze tegen elkaar op om uw spaargeld te mogen ontvangen.

De jarenlange acties van de Europese Centrale bank om banken van liquiditeiten te voorzien is dus geslaagd. Eén van directe gevolgen van de kredietcrisis is verholpen. Maar niets komt zonder prijs. En de prijs van deze reddingoperaties is dat de winstgevendheid van banken nu wordt aangetast door deze zelfde reddingacties. Voorbeelden van deze acties zijn afkortingen zoals LTRO, TLTRO en QE, waarbij vooral de QE namelijk het opkopen van obligaties door de centrale bank indirect een impact heeft op banken.

Als gevolg van onder andere het opkopen van effecten is de rentecurve niet alleen gedaald maar ook vervlakt. Voorheen werd voornamelijk de korte rente bepaald door het beleid van centrale banken, nu wordt ook het lange eind van de rentecurve geraakt door de acties van centrale banken. Laat het kort lenen en het lang uitzetten van gelden nu juist één van de verdienmodellen zijn van banken. En hoe steiler de rentecurve hoe meer banken dan verdienen. Nu de rentecurve niet meer steil is, verdienen banken dan ook minder. Dit is goed zichtbaar in bijgaand plaatje. In de blauwe lijn wordt het rendement op 10 jaars Duitse staatslening weergegeven. Aan de linkerkant staan de rendementen van deze staatslening vermeld. In de gele lijn is het koersverloop van de Europese bankenindex te zien. Op basis van deze twee gegevens is te zien dat de koersen van bankenaandelen dalen als het rendement op de tienjaars staatslening daalt. Dit zou impliceren dat de ECB nu in de eigen voeten van de onder haar toezicht staande banken aan het schieten is, doordat de effecten van de acties nu misschien te ver doorgeschoten zijn.

2016-08-15T08:52:22+00:00 augustus 11th, 2016|- Columns, Erik Bakker|