Sparen of beleggen

Als vermogensbeheerder kijk ik binnen OHV Vermogensbeheer veel naar obligatieleningen. Onze klantenkring is veelal (ex-) ondernemer en zoekt voor het liquide deel van zijn/haar vermogen niet te veel risico op. Terecht, want het grootste risico zit vaak al in de onderneming die de klant zelf runt. Voor ex-ondernemers is de opbrengst van de verkoop van de zaak vaak danig hoog dat vanuit de vermogensdoelstelling vaak een defensief tot neutraal profiel naar voren komt. Dit betekent concreet dat 50 tot 70 procent van het vermogen in obligaties (vastrentende waarden) wordt belegd. Het overige percentage wordt belegd in aandelen (zakelijke waarden). 

Vaster rendement

Waar aandelen fors bewegen is het de bedoeling dat de obligatiekant weinig beweegt en een vaster rendement biedt om ook de schommelingen aan de aandelenkant op te vangen. Gedurende de jaren 2014, 2015 en 2016 zagen we dat dit goed werkte. Aandelen bewogen veelal zijwaarts met negatieve uitschieters door de Italiaanse banken crisis, Brexit en de oliepaniek. Rentes bewogen daarbij verder omlaag en boden prima rendementen in die jaren.

Voorzichtig met lange looptijden

Inmiddels is in 2017 het aandelenklimaat positief omgeslagen en lijken rentes te gaan stijgen. Achterliggende reden is dat overal in de wereld macro-economische trends verbeteren. Werkloosheid daalt, monetaire verruiming is volop aanwezig, consumenten- en producentenvertrouwen is hoog en bedrijfscijfers verbeteren aanzienlijk in bijvoorbeeld Europa. Dat zijn voor mij redenen voldoende om aan de rentekant voorzichtig te zijn met lange looptijden van obligaties.

Opwaartse druk op rentes

Door de aantrekkende groei en aansluitend een oplopende inflatie zal de druk toenemen op de rentestanden van nu. De monetaire verruiming zal worden verkleind en verder worden verlegd naar bedrijfsobligaties. Gunstig voor aandelen, niet zozeer voor rentes. In de VS is men al druk bezig de rentes te verhogen en de monetaire verruiming terug te draaien. Groei draait er op volle toeren en lonen stijgen steeds sneller. Werkloosheid is er ook historisch laag en met Trump aan de macht kan een forse belastingverlaging de economie nog meer aanjagen. Dit alles geeft ook opwaartse druk op rentes.

Verwachte rendement

Hoe gaan wij daar nou mee om in het obligatiedeel van de portefeuille? Heel simpel, we dekken de lange risicovrije rente af in de portefeuilles van klanten. We kopen wel de bedrijfsleningen met een renteopslag ten opzichte van staatspapier, alleen het staatsrenterisico wat om en nabij 0% is, verkopen we aan partijen die hier interesse in hebben. Denk daarbij aan banken, pensioenfondsen en verzekeraars. Dat resulteert in een rentegevoeligheid van 0 en een gemiddeld rendement van 3% op jaarbasis. Ik wil het niet met sparen vergelijken maar de lengte van rentegevoeligheid is bij sparen ook 0, alleen het rendement van sparen blijft wat achter op ons verwachte rendement.

Koopkracht

Om de koopkracht van onze klantportefeuilles te bewaken willen we in een defensief profiel 3 tot 4 procent gemiddeld per jaar aan rendement maken. Aangezien de inflatie 1,5% is en alleen maar kan stijgen samen met de vermogensrendementsheffing erbij is een doelstelling op vermogen van 3% minimaal om deze koopkracht in stand te houden. Het getal 72 is daarbij een goed ezelsbruggetje om te onthouden. Als u het jaarrendement deelt door dit getal weet u grofweg hoe lang u nodig heeft om uw kapitaal te verdubbelen in waarde. Indien u 3% aan rendement maakt per jaar dan is het vermogen in 24 jaar verdubbelt (72/3%=24 jaar). Bij 4% is dit 18 jaar (72/4%=18 jaar).

Negatieve bijeffecten

Spaarders weten dus bij deze dat als de spaarrente 0% blijft en de inflatie toeneemt naar 2 a 3% plus de vermogensrendement heffing van 1,2% erbij het ongeveer 21 jaar (72/3,5%=21 jaar) duurt voordat de koopkracht van het vermogen is gehalveerd. Toch zegt meneer Draghi van de ECB dat hij geen negatieve bijeffecten ziet van het bijdrukken van al dat geld in onze economie. Helaas is dit er toch wel een.

2017-10-26T10:03:47+00:00oktober 26th, 2017|- Columns, Richard Abma|