Tracker Tips: 25-jarig jubileum ETF’s

Op 22 januari a.s. bestaat ’s werelds eerste ETF maar liefst 25 jaar. Met de introductie van de SPDR S&P 500 ETF (SPY)  in de Verenigde Staten is de ETF-revolutie ooit begonnen.

Dit jaar is voor meer dan $600 miljard in trackers belegd en eind november stond de teller op $4700 miljard aan wereldwijd belegd vermogen. Het einde van die groei is in mijn optiek nog lang niet in zicht.

SPY

Met meer dan $270 miljard aan marktkapitalisatie is SPY de grootste tracker ter wereld. Destijds was het idee om een trading tool op de S&P 500 voor institutionele beleggers samen te stellen. In de S&P 500-index zijn de 500 grootste Amerikaanse bedrijven opgenomen, die samengesteld wordt door kredietbeoordelaar Standard & Poors. Al gauw werd SPY een must-have voor alle beleggers, van hedge funds tot particulieren. De structuur en relatief lage kosten veranderde de manier waarop men dacht over beleggen.

Het geheime recept

Wat uiteindelijk het grote succes bracht in ETF’s was de mogelijkheid om trackers te creëren dan wel teniet te doen. Door dit mechanisme is het mogelijk de onderliggende stukken van een index uit te wisselen tegen de tracker en vice versa. Door zogeheten authorized participants werd een markt gemaakt in SPY, waarbij constant een bied- en laatprijs werd afgegeven. Door middel van arbitrage kon een market maker profiteren van de prijsverschillen tussen de tracker en de waarde van de onderliggende stukken.

Ook de belastingstructuur in de VS heeft bijgedragen aan het succes. Het teniet doen van trackers leverde meerwaarden, zogeheten capital gains, op. Door de fysieke uitwisseling in plaats van verkopen tegen contant geld worden beleggers niet geraakt door een belastingaanslag.

Kopiëren en plakken

Door het enorme succes in SPY kwam er concurrentie in de markt. De initiële lopende kostenratio van SPY lag tijdens het debuut op 0,20 procent per jaar. Door de komst van andere partijen zoals Vanguard kwam er een soort prijzenoorlog tot stand, waardoor het huidige kostenniveau op 9 basispunten ligt.

Ondanks dat vergelijkbare trackers slechts 4 basispunten op jaarbasis kosten, is geestelijk vader van SPY niet bang voor de toekomst. Volgens State Street Global Advisors komt dit doordat de zogeheten total cost of ownership een stuk lager ligt dan bij de concurrentie.

Hierbij kijkt men naast de jaarlijkse lopende kosten ook naar bijvoorbeeld naar de spread, die men als belegger vaak betaalt. Dit is voor u, als ETF-belegger, een belangrijk punt. Als men vaak in- of uitstapt dan kunnen die kosten aardig oplopen, zeker als een ETF minder liquide is.

De belegger profiteert

Door de aanhoudende toestroom van aanbieders in de ETF-markt, zullen de kosten in ieder geval laag blijven. Bovendien zal de keuze in het palet verder toenemen door introductie van nieuwe ETF’s, zoals bijvoorbeeld bitcointrackers. De kosten voor indextrackers zouden nog verder omlaag kunnen gaan wanneer het belegd vermogen toeneemt. Momenteel is de wereldwijde marktkapitalisatie van ETF’s ongeveer 15 procent van het totaal belegd vermogen in beleggingsfondsen. De verwachting is dat meer beleggers de overstap zullen maken naar relatief goedkope indextrackers, waardoor volgens experts de ETF-markt nog kan verdubbelen binnen 5 jaar.

Dit artikel is 13 december jl. verschenen op IEX

2017-12-13T14:01:45+00:00 december 13th, 2017|- Columns, Michael Mooijer|