Tracker Tips: Obligatietrackers

Tracker Tips: Obligatietrackers

Particuliere beleggers hebben bij beheerportefeuilles altijd te maken met beleggingen in obligaties, gemiddeld zo’n 50 procent. Het is dus zaak om goed te weten wat de risico’s zijn, indien u deze gaat of laat invullen met obligatietrackers. In deze column ga ik dieper in op laatstgenoemde.

Soorten

Obligatietrackers zijn er in allerlei soorten en maten. Er zijn trackers in staatsobligaties, bedrijfsobligaties, obligaties in opkomende markten, groene obligaties, smart beta-, inflation linked, currency hedged, floating rate bonds. Het palet is zeer divers en er is voor ieder wat wils.

Risicofactoren

Onafhankelijk van het type obligatietracker is het belangrijk om te kijken naar de risicofactoren. De rentegevoeligheid (duratie) van een obligatiebeleggingsfonds is naast de creditspread – het verschil tussen de rente van een bedrijfsobligatie en die van een staatsobligatie – de belangrijkste risicofactor.

Normalisering rentes

Door de aantrekkende groei, oplopende inflatie en vanaf volgend jaar minder monetaire verruiming lijken rentes in Europa te gaan stijgen of in ieder geval te normaliseren. In de VS is men al druk bezig de rentes te verhogen en de Fed is inmiddels begonnen de balans van de centrale bank te verkleinen. Daar staat voor zo’n $ 4500 miljard aan obligaties op.

Duratie

Stijgende rentes leiden tot dalende obligatiekoersen. Het is daarom goed om te weten hoe hoog de duratie van een obligatietracker is. Een duratie van 6  bijvoorbeeld, betekent dat bij een rentestijging van 1 procentpunt de waarde van een obligatieportefeuille grofweg met 6 procent zal dalen. Veel obligatietrackers hebben een relatief hoge rentegevoeligheid om na aftrek van kosten een aantrekkelijk rendement te bieden.

Scenario

Stel nu dat door bovenstaand scenario de 10-jaars rente oploopt van 0,4 procent naar 1,4 procent in 1 jaar. Daarnaast stijgen de aandelenkoersen met 5 procent (inclusief dividendrendement) in 1 jaar. In een neutraal risicoprofiel met een verdeling van respectievelijk 50 procent in aandelen- en obligatietrackers heeft dat de volgende gevolgen voor de beheerportefeuille.

De bijdrage aan rendement op het aandelenbelang zal 2,5 procent zijn. Bij het obligatiedeel zal door de werking van de duration de stijging van 1 procent in de 10-jaars rente een koersverlies van 6 procent opleveren. Stel dat de yield in de obligatietracker 1 procent is, dan blijft er per saldo een verlies van 5 procent over, met andere woorden een negatieve bijdrage van 2,5 procent. Het rendement van de aandelentrackers wordt daarmee volledig teniet gedaan. Juist terwijl je verwacht dat obligatietrackers beschermend werken in een portefeuille is duidelijk dat deze belegging juist risico toevoegt.

Alternatief

Flexibele obligatiefondsen, ook wel unconstrained obligatiefondsen genoemd, bieden mogelijk uitkomst. Deze fondsen kennen vaak een absolute rendementsdoelstelling en de beheerders hebben minder beperkingen ten aanzien van hun beleggingsbeleid. Zo kan de duratie van het fonds flexibel ingezet worden, door het renterisico (gedeeltelijk) af te dekken. Obligatiefondsen met een hoge rentegevoeligheid zullen rendement inleveren bij een stijgende rente, terwijl fondsen met een lage duratie nauwelijks geraakt worden door een stijgende rente. De crux ligt in het feit of de fondsmanager zijn beleggingsmogelijkheden weet te vertalen in toegevoegde waarde voor zijn beleggers.

Deze column is 16 november jl. verschenen op IEX.nl

2017-11-20T09:40:51+00:00 november 20th, 2017|Columns, Michael Mooijer|