Trump zorgt voor een hechtere eurozone; zo niet de EU

De Amerikaanse president Donald Trump heeft veel bewonderaars in de Europese Unie en in eurolanden. Reden? Trump schopt vaak en graag tegen de EU aan. Zijn fans zullen nog raar opkijken.

Zo zei hij na brexit te verwachten dat meer landen de EU zouden verlaten, iets wat hij goed zou vinden. Zijn ambassadeur in Duitsland zei onlangs erop uit te zijn conservatieve krachten in de EU sterker te willen maken. Trump noemde de Unie niet zo lang geleden een nieuw Duitse rijk, een historisch bezien beladen term.

Iedere tweet van hem in die richting, leidt dan ook tot gejuich op Twitter. Immers, het vooruitzicht op het uiteenvallen van de Unie is voor de Europese Trump-fans –van Amsterdam tot Athene–, het mooiste wat er is. De enige reden waarom ze juichen, is dat ze niets weten van de historie van de Europese Unie.

Die historie leert namelijk dat de Europese integratie steeds een grote stap voorwaarts deed in zeer lastige omstandigheden. Neem de euro. Wat iedereen weet is dat de invoering van die munt afgesproken is in Maastricht in 1992 en dat we sinds 2002 euromunten en -bankbiljetten hebben. Wat bij velen níet bekend is, is dat de geschiedenis van de euro veel eerder begon. In 1971 al, om precies te zijn.

In dat jaar sneed de VS de band tussen de dollar en het goud door. Aangezien die band de hoeksteen van het internationale geldstelsel van na de Tweede Wereldoorlog was, kwam dat stelsel daarmee ook ten val. De wisselkoersen gingen ineens zweven. Ofwel: de waarde van elke munt veranderde met de seconde. Voor de Europese landen, die veel met elkaar handelden, was dat de evenknie van een economische hel. Waar een Nederlandse exporteur voor 1971 min of meer precies wist hoeveel gulden de peseta’s, lires of francs die hij ontving, waard waren, dreigde dat na 1971 een loterij te worden.

Dat Amerikaanse besluit zorgde ervoor dat de Europese leiders de koppen bij elkaar staken. Het gevaar van zwevende wisselkoersen waarop geen pijl te trekken zou zijn, met alle economische gevolgen van dien, moest afgewend worden. Hun oplossing destijds was een Europees wisselkoersmechanisme. De wisselkoersen van de munten van deelnemende landen mochten vrij bewegen binnen een kleine bandbreedte rondom een spilkoers. Dreigde de koers uit die bandbreedte te komen, dan moesten de centrale banken met aan- en verkopen op de valutamarkt de koers weer in het gareel krijgen.

Dat mechanisme bleek echter niet te werken. Vrij snel ontstond het idee om de instabiele wisselkoersen met een radicale stap volledig uit te schakelen. Hoe? Door een gemeenschappelijke munt in te voeren. Wat in Maastricht werd afgesproken in 1992 was dan ook alleen het slotstuk van een proces dat veel eerder begon en waarvoor een besluit in de VS de vonk opleverde.

Anno 2018 lijkt hetzelfde te gebeuren. Geconfronteerd met een Amerikaanse president die de EU afvalt en openlijk hoopt op desintegratie ervan, steken de Europese leiders weer hun koppen bij elkaar. Onlangs hebben dé EU- en euro-locomotieven Duitsland en Frankrijk afgesproken om de muntunie nog hechter te maken. Trump zal vroeg of laat het Witte Huis verlaten. Zijn nalatenschap kan best een veel verdergaande integratie van de eurozone betekenen. Trump-fans –onder meer Nederlandse– moeten daar nog achter komen.

2018-07-02T08:42:37+00:00juli 2nd, 2018|- Columns, Edin Mujagić|